BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.26.1
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
In deze titel wordt verstaan onder:
geneeskundig leverancier: een in de Europese Unie gevestigde rechtspersoon die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt die een bijdrage levert aan de ontwikkeling van producten of diensten op het gebied van regeneratief geneeskundige behandelmethoden;
regeneratief geneeskundige behandelmethode: behandelmethode waarbij gebruik wordt gemaakt van het vermogen van het menselijk lichaam om geheel of gedeeltelijk van een bepaald soort ziekte of letsel te genezen door het herstellen, repareren of vervangen van cellen, weefsels of organen die beschadigd zijn door de desbetreffende ziekte of het desbetreffende letsel, waaronder mede begrepen het repareren van DNA en RNA;
rentemededeling: Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEU 2008, C 14/02);
uitstaand saldo: de som van de verschuldigde nog niet betaalde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, eenmalige rente, de jaarlijkse basisrente en, voor zover van toepassing, de wettelijke rente, bedoeld in artikel 3.26.11, eerste lid;
wetenschappelijke instelling: een in de Europese Unie gevestigde rechtspersoon die zich op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie al ten minste voor een aaneengesloten periode van vijf jaar actief bezighoudt met het uitvoeren van onderzoeksprojecten op het gebied van regeneratief geneeskundige behandelmethoden, waaronder tenminste worden begrepen: a. universiteiten, genoemd in onderdelen a en b van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. academisch ziekenhuizen, genoemd in onderdeel j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; en
c. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, genoemd in artikel 1.2, onderdeel d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
a. universiteiten, genoemd in onderdelen a en b van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. academisch ziekenhuizen, genoemd in onderdeel j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; en
c. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, genoemd in artikel 1.2, onderdeel d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
geneeskundig leverancier: een in de Europese Unie gevestigde rechtspersoon die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt die een bijdrage levert aan de ontwikkeling van producten of diensten op het gebied van regeneratief geneeskundige behandelmethoden;
regeneratief geneeskundige behandelmethode: behandelmethode waarbij gebruik wordt gemaakt van het vermogen van het menselijk lichaam om geheel of gedeeltelijk van een bepaald soort ziekte of letsel te genezen door het herstellen, repareren of vervangen van cellen, weefsels of organen die beschadigd zijn door de desbetreffende ziekte of het desbetreffende letsel, waaronder mede begrepen het repareren van DNA en RNA;
rentemededeling: Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (PbEU 2008, C 14/02);
uitstaand saldo: de som van de verschuldigde nog niet betaalde aflossing van de hoofdsom van de geldlening, eenmalige rente, de jaarlijkse basisrente en, voor zover van toepassing, de wettelijke rente, bedoeld in artikel 3.26.11, eerste lid;
wetenschappelijke instelling: een in de Europese Unie gevestigde rechtspersoon die zich op het moment van indiening van de aanvraag om subsidie al ten minste voor een aaneengesloten periode van vijf jaar actief bezighoudt met het uitvoeren van onderzoeksprojecten op het gebied van regeneratief geneeskundige behandelmethoden, waaronder tenminste worden begrepen: a. universiteiten, genoemd in onderdelen a en b van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. academisch ziekenhuizen, genoemd in onderdeel j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; en
c. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, genoemd in artikel 1.2, onderdeel d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
a. universiteiten, genoemd in onderdelen a en b van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. academisch ziekenhuizen, genoemd in onderdeel j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; en
c. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, genoemd in artikel 1.2, onderdeel d, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.