BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.26.3
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De subsidie voor een regeneratief geneeskundig onderzoeksproject bedraagt:
a. voor de activiteiten van een wetenschappelijke instelling: 1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op industrieel onderzoek;
3°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op industrieel onderzoek;
3°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
b. voor de activiteiten van een geneeskundig leverancier: 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.
2. De subsidie bedraagt:
a. indien geen verklaring de-minimissteun als bedoeld in artikel 3.26.12, tweede lid, onderdeel e, is overgelegd door een geneeskundig leverancier uit het samenwerkingsverband dat het regeneratief geneeskundig onderzoeksproject uitvoert: ten hoogste € 3.000.000 per regeneratief geneeskundig onderzoeksproject;
b. indien een verklaring de-minimissteun als bedoeld in artikel 3.26.12, tweede lid, onderdeel e, is overgelegd door een geneeskundig leverancier uit het samenwerkingsverband dat het regeneratief geneeskundig onderzoeksproject uitvoert: ten hoogste € 2.400.000 per regeneratief geneeskundig onderzoeksproject of, in het geval dit bedrag zou leiden tot een bruto-subsidie-equivalent als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, van de algemene de-minimisverordening, die het toepasselijke de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, zou overschrijden ten hoogste een bedrag per regeneratief geneeskundig onderzoeksproject dat niet zou leiden tot deze overschrijding.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is ten minste 50% van de totale subsidie bestemd voor de activiteiten van één of meer geneeskundig leveranciers binnen het samenwerkingsverband, dat het regeneratief geneeskundig onderzoeksproject uitvoert.
a. voor de activiteiten van een wetenschappelijke instelling: 1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op industrieel onderzoek;
3°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;
2°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op industrieel onderzoek;
3°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
b. voor de activiteiten van een geneeskundig leverancier: 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze activiteiten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.
2. De subsidie bedraagt:
a. indien geen verklaring de-minimissteun als bedoeld in artikel 3.26.12, tweede lid, onderdeel e, is overgelegd door een geneeskundig leverancier uit het samenwerkingsverband dat het regeneratief geneeskundig onderzoeksproject uitvoert: ten hoogste € 3.000.000 per regeneratief geneeskundig onderzoeksproject;
b. indien een verklaring de-minimissteun als bedoeld in artikel 3.26.12, tweede lid, onderdeel e, is overgelegd door een geneeskundig leverancier uit het samenwerkingsverband dat het regeneratief geneeskundig onderzoeksproject uitvoert: ten hoogste € 2.400.000 per regeneratief geneeskundig onderzoeksproject of, in het geval dit bedrag zou leiden tot een bruto-subsidie-equivalent als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, van de algemene de-minimisverordening, die het toepasselijke de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening, zou overschrijden ten hoogste een bedrag per regeneratief geneeskundig onderzoeksproject dat niet zou leiden tot deze overschrijding.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is ten minste 50% van de totale subsidie bestemd voor de activiteiten van één of meer geneeskundig leveranciers binnen het samenwerkingsverband, dat het regeneratief geneeskundig onderzoeksproject uitvoert.