BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 4a.3.8
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. De Minister kent aan een aanvraag om subsidieverlening betreffende een cyberbeveiligingsinnovatieproject een hoger aantal punten toe naarmate:
a. het project meer bijdraagt aan de doelen en het toepasselijke deelgebied, bedoeld in artikel 4a.3.2, eerste lid;
b. de kwaliteit van het projectplan en begroting van het cyberbeveiligingsinnovatieproject beter is, blijkend uit: 1°. de uitwerking van de aanpak, methodiek en te behalen resultaten en onderbouwing hiervan;
2°. de wijze waarop zal worden omgegaan met risico’s voor de succesvolle uitvoering van het project;
3°. de mate van uitvoerbaarheid en verwachte haalbaarheid van de projectplanning; en
4°. de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet;
1°. de uitwerking van de aanpak, methodiek en te behalen resultaten en onderbouwing hiervan;
2°. de wijze waarop zal worden omgegaan met risico’s voor de succesvolle uitvoering van het project;
3°. de mate van uitvoerbaarheid en verwachte haalbaarheid van de projectplanning; en
4°. de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet;
c. de aanvrager die of het samenwerkingsverband dat het cyberbeveiligingsinnovatieproject uitvoert meer geschikt is om het project uit te voeren, blijkend uit: 1°. de mate waarin de daarvoor benodigde competenties en ervaring aanwezig zijn binnen de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband;
2°. de kwaliteit van de inrichting van de projectorganisatie binnen het project, waaronder mede begrepen de structuur van de projectorganisatie en de taakverdeling binnen de subsidieaanvrager respectievelijk binnen het samenwerkingsverband;
3°. de mate waarin de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband beschikt over bewezen expertise van het uitvoeren van dergelijke projecten en het toepassingsgebied van de te ontwikkelen of door te ontwikkelen methode of techniek; en
4°. voor zover van toepassing, een grotere mate van samenwerking van de deelnemers binnen het samenwerkingsverband, waaronder mede begrepen een adequate verdeling en verbinding van de werkpakketten en deelname van een potentiële gebruiker van de te ontwikkelen of de door te ontwikkelen methoden of technieken; en
1°. de mate waarin de daarvoor benodigde competenties en ervaring aanwezig zijn binnen de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband;
2°. de kwaliteit van de inrichting van de projectorganisatie binnen het project, waaronder mede begrepen de structuur van de projectorganisatie en de taakverdeling binnen de subsidieaanvrager respectievelijk binnen het samenwerkingsverband;
3°. de mate waarin de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband beschikt over bewezen expertise van het uitvoeren van dergelijke projecten en het toepassingsgebied van de te ontwikkelen of door te ontwikkelen methode of techniek; en
4°. voor zover van toepassing, een grotere mate van samenwerking van de deelnemers binnen het samenwerkingsverband, waaronder mede begrepen een adequate verdeling en verbinding van de werkpakketten en deelname van een potentiële gebruiker van de te ontwikkelen of de door te ontwikkelen methoden of technieken; en
d. de impact van het project op de markt groter is, blijkend uit ten minste de toepassingsmogelijkheden en slaagkans van de met het project te ontwikkelen innovatie of innovaties op de Nederlandse en internationale markt, de ontwikkeling van omzet en arbeidsplaatsen binnen cyberbeveiligingssectoren en de snelheid waarmee impact kan worden gerealiseerd op het gebied van cyberbeveiliging.
2. De Minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.
3. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
4. Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan een project met soortgelijke activiteiten.
a. het project meer bijdraagt aan de doelen en het toepasselijke deelgebied, bedoeld in artikel 4a.3.2, eerste lid;
b. de kwaliteit van het projectplan en begroting van het cyberbeveiligingsinnovatieproject beter is, blijkend uit: 1°. de uitwerking van de aanpak, methodiek en te behalen resultaten en onderbouwing hiervan;
2°. de wijze waarop zal worden omgegaan met risico’s voor de succesvolle uitvoering van het project;
3°. de mate van uitvoerbaarheid en verwachte haalbaarheid van de projectplanning; en
4°. de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet;
1°. de uitwerking van de aanpak, methodiek en te behalen resultaten en onderbouwing hiervan;
2°. de wijze waarop zal worden omgegaan met risico’s voor de succesvolle uitvoering van het project;
3°. de mate van uitvoerbaarheid en verwachte haalbaarheid van de projectplanning; en
4°. de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet;
c. de aanvrager die of het samenwerkingsverband dat het cyberbeveiligingsinnovatieproject uitvoert meer geschikt is om het project uit te voeren, blijkend uit: 1°. de mate waarin de daarvoor benodigde competenties en ervaring aanwezig zijn binnen de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband;
2°. de kwaliteit van de inrichting van de projectorganisatie binnen het project, waaronder mede begrepen de structuur van de projectorganisatie en de taakverdeling binnen de subsidieaanvrager respectievelijk binnen het samenwerkingsverband;
3°. de mate waarin de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband beschikt over bewezen expertise van het uitvoeren van dergelijke projecten en het toepassingsgebied van de te ontwikkelen of door te ontwikkelen methode of techniek; en
4°. voor zover van toepassing, een grotere mate van samenwerking van de deelnemers binnen het samenwerkingsverband, waaronder mede begrepen een adequate verdeling en verbinding van de werkpakketten en deelname van een potentiële gebruiker van de te ontwikkelen of de door te ontwikkelen methoden of technieken; en
1°. de mate waarin de daarvoor benodigde competenties en ervaring aanwezig zijn binnen de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband;
2°. de kwaliteit van de inrichting van de projectorganisatie binnen het project, waaronder mede begrepen de structuur van de projectorganisatie en de taakverdeling binnen de subsidieaanvrager respectievelijk binnen het samenwerkingsverband;
3°. de mate waarin de subsidieaanvrager respectievelijk het samenwerkingsverband beschikt over bewezen expertise van het uitvoeren van dergelijke projecten en het toepassingsgebied van de te ontwikkelen of door te ontwikkelen methode of techniek; en
4°. voor zover van toepassing, een grotere mate van samenwerking van de deelnemers binnen het samenwerkingsverband, waaronder mede begrepen een adequate verdeling en verbinding van de werkpakketten en deelname van een potentiële gebruiker van de te ontwikkelen of de door te ontwikkelen methoden of technieken; en
d. de impact van het project op de markt groter is, blijkend uit ten minste de toepassingsmogelijkheden en slaagkans van de met het project te ontwikkelen innovatie of innovaties op de Nederlandse en internationale markt, de ontwikkeling van omzet en arbeidsplaatsen binnen cyberbeveiligingssectoren en de snelheid waarmee impact kan worden gerealiseerd op het gebied van cyberbeveiliging.
2. De Minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.
3. De Minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.
4. Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan een project met soortgelijke activiteiten.