BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 3.5.4
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Voor subsidie komen in aanmerking:
a. de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, 26, vijfde lid, of 52 ter, tweede lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze zijn vermeld in de Europese subsidieovereenkomst en betrekking hebben op de economische activiteiten, bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel a; en
b. de redelijk gemaakte kosten die, onverminderd artikel 10, eerste lid, van het besluit, direct verbonden zijn met de uit te voeren activiteiten, voor zover deze zijn vermeld in de Europese subsidieovereenkomst en betrekking hebben op niet-economische activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel b.
2. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van het besluit, kunnen onder de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, mede worden begrepen de kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag om subsidie, bedoeld in artikel 3.5.2, eerste lid, voor zover de Europese Commissie hiermee heeft ingestemd in de subsidieovereenkomst.
3. In afwijking van artikel 11, eerste lid, van het besluitberekent de aanvrager de subsidiabele kosten overeenkomstig de wijze die is gebruikt in de Europese subsidieaanvraag en wordt voldaan aan artikelen 16, 17, 18 en 19, van de CEF-verordening.
a. de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, 26, vijfde lid, of 52 ter, tweede lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze zijn vermeld in de Europese subsidieovereenkomst en betrekking hebben op de economische activiteiten, bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel a; en
b. de redelijk gemaakte kosten die, onverminderd artikel 10, eerste lid, van het besluit, direct verbonden zijn met de uit te voeren activiteiten, voor zover deze zijn vermeld in de Europese subsidieovereenkomst en betrekking hebben op niet-economische activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, tweede lid, onderdeel b.
2. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van het besluit, kunnen onder de subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, mede worden begrepen de kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag om subsidie, bedoeld in artikel 3.5.2, eerste lid, voor zover de Europese Commissie hiermee heeft ingestemd in de subsidieovereenkomst.
3. In afwijking van artikel 11, eerste lid, van het besluitberekent de aanvrager de subsidiabele kosten overeenkomstig de wijze die is gebruikt in de Europese subsidieaanvraag en wordt voldaan aan artikelen 16, 17, 18 en 19, van de CEF-verordening.