BWBR0035474
Geldig vanaf 2025-11-23
Artikel 2.23.4
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
1. Voor subsidie komen de investeringskosten, bedoeld in artikel 46, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening in aanmerking.
2. Voor zover een efficiënt warmtenet wordt aangelegd of uitgebreid ten behoeve van zowel de aansluiting van glastuinbouwondernemingen als andere aansluitingen worden de subsidiabele kosten per onderdeel van het efficiënte warmtenet bepaald door de kosten die niet ten behoeve van de aansluiting van de glastuinbouw zijn gemaakt in mindering te brengen op de totale kosten, bedoeld in het eerste lid, voor een onderdeel van het efficiënte warmtenet.
3. Het tweede lid geldt niet voor de berekening van de subsidiabele loonkosten, kosten derden en kosten voor gebouwen en gronden.
4. Voor zover het efficiënte warmtenet, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit de aanleg van een koppelleiding of een warmteopslag bedragen de subsidiabele kosten 50 procent van de totale kosten, bedoeld in het eerste lid.
5. De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
a. kosten ten behoeve van investeringen in: 1°. de warmtebron;
2°. de afleverset voor warmte; en
3°. warmteleidingen of installaties die tussen de afleverset voor warmte en de glastuinbouwonderneming liggen;
1°. de warmtebron;
2°. de afleverset voor warmte; en
3°. warmteleidingen of installaties die tussen de afleverset voor warmte en de glastuinbouwonderneming liggen;
b. kosten die niet te activeren zijn en rechtstreeks in de winst- en verliesrekening worden verantwoord;
c. kosten ten behoeve van investeringen in een warmteopslag, indien deze geen gebruik maakt van bewezen technieken of indien deze geen warmte opslaat afkomstig van een efficiënt warmtenet en warmte levert aan dit warmtenet;
d. een koppelleiding die niet twee efficiënte warmtenetten koppelt;
e. kosten, bedoeld in artikel 2.3.6; en
f. kosten voor onderdelen van het efficiënte warmtenet die uitsluitend ten behoeve van andere aansluitingen dan die van glastuinbouwondernemingen worden aangelegd.
6. Voor de berekening van de subsidiabele kosten is de vaste-uurtarief-systematiek, bedoeld in artikel 14 van het besluit, aangewezen.
7. Artikel 10, derde lid, van het besluitis niet van toepassing.
8. De kosten voor het financieringsbesluit en het investeringsbesluit, bedoeld in artikel 2.23.8, zijn subsidiabel tot een opgeteld bedrag van twee procent van de totale subsidiabele kosten.
2. Voor zover een efficiënt warmtenet wordt aangelegd of uitgebreid ten behoeve van zowel de aansluiting van glastuinbouwondernemingen als andere aansluitingen worden de subsidiabele kosten per onderdeel van het efficiënte warmtenet bepaald door de kosten die niet ten behoeve van de aansluiting van de glastuinbouw zijn gemaakt in mindering te brengen op de totale kosten, bedoeld in het eerste lid, voor een onderdeel van het efficiënte warmtenet.
3. Het tweede lid geldt niet voor de berekening van de subsidiabele loonkosten, kosten derden en kosten voor gebouwen en gronden.
4. Voor zover het efficiënte warmtenet, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit de aanleg van een koppelleiding of een warmteopslag bedragen de subsidiabele kosten 50 procent van de totale kosten, bedoeld in het eerste lid.
5. De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
a. kosten ten behoeve van investeringen in: 1°. de warmtebron;
2°. de afleverset voor warmte; en
3°. warmteleidingen of installaties die tussen de afleverset voor warmte en de glastuinbouwonderneming liggen;
1°. de warmtebron;
2°. de afleverset voor warmte; en
3°. warmteleidingen of installaties die tussen de afleverset voor warmte en de glastuinbouwonderneming liggen;
b. kosten die niet te activeren zijn en rechtstreeks in de winst- en verliesrekening worden verantwoord;
c. kosten ten behoeve van investeringen in een warmteopslag, indien deze geen gebruik maakt van bewezen technieken of indien deze geen warmte opslaat afkomstig van een efficiënt warmtenet en warmte levert aan dit warmtenet;
d. een koppelleiding die niet twee efficiënte warmtenetten koppelt;
e. kosten, bedoeld in artikel 2.3.6; en
f. kosten voor onderdelen van het efficiënte warmtenet die uitsluitend ten behoeve van andere aansluitingen dan die van glastuinbouwondernemingen worden aangelegd.
6. Voor de berekening van de subsidiabele kosten is de vaste-uurtarief-systematiek, bedoeld in artikel 14 van het besluit, aangewezen.
7. Artikel 10, derde lid, van het besluitis niet van toepassing.
8. De kosten voor het financieringsbesluit en het investeringsbesluit, bedoeld in artikel 2.23.8, zijn subsidiabel tot een opgeteld bedrag van twee procent van de totale subsidiabele kosten.