Artikel 1:1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– bancair aansprakelijk vermogen: a. het eigen vermogen van de onderneming van de aanvrager;
b. zekerheidsstelling door derden ten behoeve van de onderneming van de aanvrager, en
c. vermogensbestanddelen van de aanvrager privé, bestaande uit: 1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
a. het eigen vermogen van de onderneming van de aanvrager;
b. zekerheidsstelling door derden ten behoeve van de onderneming van de aanvrager, en
c. vermogensbestanddelen van de aanvrager privé, bestaande uit: 1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
– bank: binnen het grondgebied van de Europese Unie gevestigde bank die is toegelaten het bedrijf van bank uit te oefenen;
– Europese subsidies: subsidies: a) verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie;
b) verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de van de Europese Unie goedgekeurd programma, of
c) die als staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn aan te merken;
a) verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie;
b) verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de van de Europese Unie goedgekeurd programma, of
c) die als staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn aan te merken;
– EG-maatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
– lening: door een bank verstrekte geldlening, niet zijnde een rekening-courantkrediet;
– liquiditeitstoename: som van het bedrijfsresultaat, de afschrijving en de privé-toevoegingen verminderd met de aflossingen, de privé-onttrekkingen en de vervangingsinvesteringen;.
– landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;
– landbouwproducten: producten als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van de producten genoemd in hoofdstuk 3 van die bijlage;
– landbouwsector: gehele complex van landbouwondernemingen, landbouwproducten verwerkende ondernemingen en aan de landbouw gerelateerde afzet, handel, dienstverlening, logistiek, en toeleverende industrie;
– Minister: Minister van Economische Zaken;
– plattelandsontwikkelingsprogramma: plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005, van Nederland;
– probleemgebied: gebied zoals aangewezen in bijlage 2 bij maatregelfiche 212 van het plattelandsontwikkelingsprogramma;
– project: geheel van activiteiten gericht op concrete resultaten ter verwezenlijking van de in deze regeling omschreven subsidiedoelstellingen;
– Richtlijn 2001/80/EG: Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PbEU L 309);
– Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken;
– verordening (EG) nr. 1698/2005: verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);
– verordening (EG) nr. 1857/2006: verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001;
– de-minimis verordening: verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337);
– verordening (EG) nr. 800/2008: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L 214);
– visserijproducten: producten, genoemd in hoofdstuk 3 van bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
– visserijsector: gehele complex van ondernemingen, gericht op de vangst of de primaire productie van visserijproducten, visserijproducten verwerkende ondernemingen en aan de visserij gerelateerde afzet, handel, dienstverlening, logistiek, en toeleverende industrie.
– bancair aansprakelijk vermogen: a. het eigen vermogen van de onderneming van de aanvrager;
b. zekerheidsstelling door derden ten behoeve van de onderneming van de aanvrager, en
c. vermogensbestanddelen van de aanvrager privé, bestaande uit: 1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
a. het eigen vermogen van de onderneming van de aanvrager;
b. zekerheidsstelling door derden ten behoeve van de onderneming van de aanvrager, en
c. vermogensbestanddelen van de aanvrager privé, bestaande uit: 1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
1. bij eenmanszaken, vennootschappen onder firma en maatschappen: privé-bezittingen;
2. bij besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid of naamloze vennootschappen: privé-bezittingen voor zover deze door zekerheidsstelling ten behoeve van de bank zijn verbonden;
3. achtergestelde leningen.
– bank: binnen het grondgebied van de Europese Unie gevestigde bank die is toegelaten het bedrijf van bank uit te oefenen;
– Europese subsidies: subsidies: a) verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie;
b) verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de van de Europese Unie goedgekeurd programma, of
c) die als staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn aan te merken;
a) verstrekt op basis van of in nauwe samenhang met een bindend besluit van de Raad, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Unie;
b) verstrekt met het oog op cofinanciering van een door de Raad of de Commissie van de van de Europese Unie goedgekeurd programma, of
c) die als staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn aan te merken;
– EG-maatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
– lening: door een bank verstrekte geldlening, niet zijnde een rekening-courantkrediet;
– liquiditeitstoename: som van het bedrijfsresultaat, de afschrijving en de privé-toevoegingen verminderd met de aflossingen, de privé-onttrekkingen en de vervangingsinvesteringen;.
– landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;
– landbouwproducten: producten als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van de producten genoemd in hoofdstuk 3 van die bijlage;
– landbouwsector: gehele complex van landbouwondernemingen, landbouwproducten verwerkende ondernemingen en aan de landbouw gerelateerde afzet, handel, dienstverlening, logistiek, en toeleverende industrie;
– Minister: Minister van Economische Zaken;
– plattelandsontwikkelingsprogramma: plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005, van Nederland;
– probleemgebied: gebied zoals aangewezen in bijlage 2 bij maatregelfiche 212 van het plattelandsontwikkelingsprogramma;
– project: geheel van activiteiten gericht op concrete resultaten ter verwezenlijking van de in deze regeling omschreven subsidiedoelstellingen;
– Richtlijn 2001/80/EG: Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (PbEU L 309);
– Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken;
– verordening (EG) nr. 1698/2005: verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU L 277);
– verordening (EG) nr. 1857/2006: verordening (EG) nr. 1857/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 70/2001;
– de-minimis verordening: verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337);
– verordening (EG) nr. 800/2008: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (‘de algemene groepsvrijstellingsverordening’) (PbEU L 214);
– visserijproducten: producten, genoemd in hoofdstuk 3 van bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
– visserijsector: gehele complex van ondernemingen, gericht op de vangst of de primaire productie van visserijproducten, visserijproducten verwerkende ondernemingen en aan de visserij gerelateerde afzet, handel, dienstverlening, logistiek, en toeleverende industrie.