BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:54
Regeling LNV-subsidies
1. Een garantstelling wordt verstrekt voor een lening met een minimumbedrag van € 50.000 en een maximumbedrag van € 450.000.
2. De lening waarvoor garantstelling wordt verstrekt bedraagt ten hoogste twee derde van de voor de investeringen benodigde financieringen, minus de eigen beschikbare middelen, rekening houdende met de financieringsmogelijkheden op basis van de beschikbare zekerheden en de wijze waarop de beschikbare eigen middelen optimaal kunnen worden aangewend.
3. De looptijd van de lening waarvoor garantstelling wordt verstrekt kan ten hoogste 10 jaar bedragen en de lening wordt lineair afgelost.
4. De uiterste datum waarop de lening volledig moet zijn opgenomen, mag niet later liggen dan een jaar na de datum van de beschikking tot verstrekking van garantstelling.
5. De garantstelling kan slechts worden verstrekt ten behoeve van een lening verstrekt door een bank waarmee de Minister een raamovereenkomst heeft gesloten, waarin de rechten en plichten van de Minister en de bank zijn vastgelegd.
6. Artikel 4:1, derde lid, is niet van toepassing op een beschikking tot verstrekking van garantstelling op grond van artikel 4:53.
7. Ingeval de bank nakoming vordert van de garantstelling, wordt ten hoogste viervijfde van de restantschuld van de lening waarop de garantstelling betrekking heeft uitbetaald.
2. De lening waarvoor garantstelling wordt verstrekt bedraagt ten hoogste twee derde van de voor de investeringen benodigde financieringen, minus de eigen beschikbare middelen, rekening houdende met de financieringsmogelijkheden op basis van de beschikbare zekerheden en de wijze waarop de beschikbare eigen middelen optimaal kunnen worden aangewend.
3. De looptijd van de lening waarvoor garantstelling wordt verstrekt kan ten hoogste 10 jaar bedragen en de lening wordt lineair afgelost.
4. De uiterste datum waarop de lening volledig moet zijn opgenomen, mag niet later liggen dan een jaar na de datum van de beschikking tot verstrekking van garantstelling.
5. De garantstelling kan slechts worden verstrekt ten behoeve van een lening verstrekt door een bank waarmee de Minister een raamovereenkomst heeft gesloten, waarin de rechten en plichten van de Minister en de bank zijn vastgelegd.
6. Artikel 4:1, derde lid, is niet van toepassing op een beschikking tot verstrekking van garantstelling op grond van artikel 4:53.
7. Ingeval de bank nakoming vordert van de garantstelling, wordt ten hoogste viervijfde van de restantschuld van de lening waarop de garantstelling betrekking heeft uitbetaald.