BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:18
Regeling LNV-subsidies
1. De subsidieontvanger vangt het project aan binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening en voert het project uit binnen een periode van ten hoogste drie jaar.
2. In afwijking van het eerste lid kan de Minister voor de uitvoering van het project een andere termijn dan drie jaar vaststellen.
3. De Minister kan, in afwijking van artikel 1:2, aanhef en eerste lid, toestemming geven voor de uitvoering van het project buiten Nederland.
4. Het project gaat gepaard met naar het oordeel van de Minister adequate wetenschappelijke begeleiding.
5. De subsidieontvanger maakt de kennis en informatie die met het project worden opgedaan onmiddellijk na afloop van het project openbaar in een verslag dat naar het oordeel van de Minister van afdoende kwaliteit is.
6. De Minister kan de subsidieontvanger aanvullende verplichtingen opleggen omtrent de wijze waarop de openbaarmaking, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt.
2. In afwijking van het eerste lid kan de Minister voor de uitvoering van het project een andere termijn dan drie jaar vaststellen.
3. De Minister kan, in afwijking van artikel 1:2, aanhef en eerste lid, toestemming geven voor de uitvoering van het project buiten Nederland.
4. Het project gaat gepaard met naar het oordeel van de Minister adequate wetenschappelijke begeleiding.
5. De subsidieontvanger maakt de kennis en informatie die met het project worden opgedaan onmiddellijk na afloop van het project openbaar in een verslag dat naar het oordeel van de Minister van afdoende kwaliteit is.
6. De Minister kan de subsidieontvanger aanvullende verplichtingen opleggen omtrent de wijze waarop de openbaarmaking, bedoeld in het vierde lid, plaatsvindt.