BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:47
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan subsidie verstrekken voor de uitvoering van een project dat een samenhangend geheel van activiteiten vormt, welke de algehele prestatie van de onderneming verbeteren en betrekking hebben op:
a. de verwerking of de afzet van landbouwproducten of bosbouwproducten, of
b. de ontwikkeling van nieuwe producten, procédés en technologieën voor de landbouwproducten of bosbouwproducten.
2. De activiteiten zijn gericht op:
a. rationalisatie en ontwikkeling van het verkoopklaar maken, de verduurzaming, de behandeling en de verwerking van landbouwproducten, het hergebruik van bijproducten of fabricageresiduen dan wel de verwijdering of zuivering van afval;
b. toepassing van nieuwe verwerkingstechnieken, waaronder de ontwikkeling van nieuwe producten en bijproducten en het openen van nieuwe markten, alsmede innoverende investeringen met betrekking tot producten, procédés en processen, technologieën, product-marktcombinaties en andere innovaties;
c. verbetering van de afzet op de markt, met inbegrip van verbetering van de doorzichtigheid van de prijsvorming, of
d. verbetering van de kwaliteit van de producten.
3. Voor de subsidie komen in aanmerking:
a. landbouwondernemingen of bosbouwondernemingen;
b. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen of bosbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. voor projecten die erop zijn gericht om te voldoen aan EG-maatregelen;
b. aan ondernemingen als bedoeld in paragraaf 2.1 van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun (PbEU C 244).
a. de verwerking of de afzet van landbouwproducten of bosbouwproducten, of
b. de ontwikkeling van nieuwe producten, procédés en technologieën voor de landbouwproducten of bosbouwproducten.
2. De activiteiten zijn gericht op:
a. rationalisatie en ontwikkeling van het verkoopklaar maken, de verduurzaming, de behandeling en de verwerking van landbouwproducten, het hergebruik van bijproducten of fabricageresiduen dan wel de verwijdering of zuivering van afval;
b. toepassing van nieuwe verwerkingstechnieken, waaronder de ontwikkeling van nieuwe producten en bijproducten en het openen van nieuwe markten, alsmede innoverende investeringen met betrekking tot producten, procédés en processen, technologieën, product-marktcombinaties en andere innovaties;
c. verbetering van de afzet op de markt, met inbegrip van verbetering van de doorzichtigheid van de prijsvorming, of
d. verbetering van de kwaliteit van de producten.
3. Voor de subsidie komen in aanmerking:
a. landbouwondernemingen of bosbouwondernemingen;
b. samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen of bosbouwondernemingen onderling of met agro-MKB-ondernemingen.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. voor projecten die erop zijn gericht om te voldoen aan EG-maatregelen;
b. aan ondernemingen als bedoeld in paragraaf 2.1 van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun (PbEU C 244).