BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:75
Regeling LNV-subsidies
1. De aanvraag tot garantstelling gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. een investerings- en financieringsplan;
b. een overzicht van de stand van leningen en kredieten voor uitvoering van het investeringsplan;
c. een specificatie van de zekerheden voor alle door de bank te verstrekken financieringen aan de landbouwonderneming, vergezeld van een taxatierapport ter zake van de executiewaarde van de roerende en onroerende zaken die tot zekerheid strekken, alsmede een specificatie van de totale financiering inclusief de daaraan verbonden voorwaarden na uitvoering van het investeringsplan;
d. een berekening van het eigen en aansprakelijk vermogen;
e. een door de bank getoetste, op de ondernemerscapaciteiten van de aanvrager afgestemde begroting, waaruit blijkt dat de landbouwonderneming: 1. een bruto-jaaromzet heeft die voor meer dan de helft wordt verkregen uit de primaire productie van landbouwproducten, en
2. voldoende liquiditeitstoename oplevert;
1. een bruto-jaaromzet heeft die voor meer dan de helft wordt verkregen uit de primaire productie van landbouwproducten, en
2. voldoende liquiditeitstoename oplevert;
f. de boekhoudverslagen en de aangiften inkomstenbelasting over de voorliggende drie boekjaren, indien beschikbaar;
g. een toelichting van de bank op de verstrekte gegevens, en
h. de statuten van de landbouwonderneming, indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtspersoon.
2. In aanvulling op het eerste lid verstrekt de aanvrager op verzoek van de Minister:
a. een taxatierapport ter zake van de executiewaarde van de roerende en onroerende zaken die tot zekerheid strekken, dat: 1. niet ouder is dan zes maanden rekenend vanaf de dag van indiening van de aanvraag, en
2. is opgesteld door een ter zake deskundig en onafhankelijk taxateur;
1. niet ouder is dan zes maanden rekenend vanaf de dag van indiening van de aanvraag, en
2. is opgesteld door een ter zake deskundig en onafhankelijk taxateur;
b. alle bescheiden en informatie die de Minister noodzakelijk acht.
a. een investerings- en financieringsplan;
b. een overzicht van de stand van leningen en kredieten voor uitvoering van het investeringsplan;
c. een specificatie van de zekerheden voor alle door de bank te verstrekken financieringen aan de landbouwonderneming, vergezeld van een taxatierapport ter zake van de executiewaarde van de roerende en onroerende zaken die tot zekerheid strekken, alsmede een specificatie van de totale financiering inclusief de daaraan verbonden voorwaarden na uitvoering van het investeringsplan;
d. een berekening van het eigen en aansprakelijk vermogen;
e. een door de bank getoetste, op de ondernemerscapaciteiten van de aanvrager afgestemde begroting, waaruit blijkt dat de landbouwonderneming: 1. een bruto-jaaromzet heeft die voor meer dan de helft wordt verkregen uit de primaire productie van landbouwproducten, en
2. voldoende liquiditeitstoename oplevert;
1. een bruto-jaaromzet heeft die voor meer dan de helft wordt verkregen uit de primaire productie van landbouwproducten, en
2. voldoende liquiditeitstoename oplevert;
f. de boekhoudverslagen en de aangiften inkomstenbelasting over de voorliggende drie boekjaren, indien beschikbaar;
g. een toelichting van de bank op de verstrekte gegevens, en
h. de statuten van de landbouwonderneming, indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtspersoon.
2. In aanvulling op het eerste lid verstrekt de aanvrager op verzoek van de Minister:
a. een taxatierapport ter zake van de executiewaarde van de roerende en onroerende zaken die tot zekerheid strekken, dat: 1. niet ouder is dan zes maanden rekenend vanaf de dag van indiening van de aanvraag, en
2. is opgesteld door een ter zake deskundig en onafhankelijk taxateur;
1. niet ouder is dan zes maanden rekenend vanaf de dag van indiening van de aanvraag, en
2. is opgesteld door een ter zake deskundig en onafhankelijk taxateur;
b. alle bescheiden en informatie die de Minister noodzakelijk acht.