BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:37
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan voor een investering als bedoeld in bijlage 2bij deze regeling subsidie verstrekken aan landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden, genoemd bij die investering, voor zover die investering leidt tot:
a. een hoger niveau van diergezondheid in Nederland en daardoor tot een beter technisch en economisch perspectief van en continuïteit binnen landbouwondernemingen;
b. verlaging van de productiekosten;
c. de verbetering en omschakeling van de productie;
d. de instandhouding en verbetering van het natuurlijk milieu, de hygiënische omstandigheden, dierenwelzijn, voedselveiligheid of duurzaam gebruik van energiebronnen;
e. herstructurering en ontwikkeling;
f. verhoging van de kwaliteit en toegevoegde waarde van producten;
g. verbetering van de arbeidsomstandigheden in de onderneming;
h. behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen;
i. verhoging van de doelmatigheid bij inzet en gebruik van middelen, machines en menskracht, of
j. het tot waarde brengen van bij-, rest- en afvalproducten;
k. verbetering van de leefkwaliteit op het platteland.
2. Een landbouwonderneming komt voor de subsidie in aanmerking indien:
a. door de investering de algehele prestatie van de landbouwonderneming wordt verbeterd, en
b. de investering voldoet aan de daarvoor geldende EG-maatregelen en nationale voorschriften.
3. Aan een landbouwonderneming wordt geen subsidie verstrekt indien de subsidie betrekking heeft op vervangingsinvesteringen.
a. een hoger niveau van diergezondheid in Nederland en daardoor tot een beter technisch en economisch perspectief van en continuïteit binnen landbouwondernemingen;
b. verlaging van de productiekosten;
c. de verbetering en omschakeling van de productie;
d. de instandhouding en verbetering van het natuurlijk milieu, de hygiënische omstandigheden, dierenwelzijn, voedselveiligheid of duurzaam gebruik van energiebronnen;
e. herstructurering en ontwikkeling;
f. verhoging van de kwaliteit en toegevoegde waarde van producten;
g. verbetering van de arbeidsomstandigheden in de onderneming;
h. behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen;
i. verhoging van de doelmatigheid bij inzet en gebruik van middelen, machines en menskracht, of
j. het tot waarde brengen van bij-, rest- en afvalproducten;
k. verbetering van de leefkwaliteit op het platteland.
2. Een landbouwonderneming komt voor de subsidie in aanmerking indien:
a. door de investering de algehele prestatie van de landbouwonderneming wordt verbeterd, en
b. de investering voldoet aan de daarvoor geldende EG-maatregelen en nationale voorschriften.
3. Aan een landbouwonderneming wordt geen subsidie verstrekt indien de subsidie betrekking heeft op vervangingsinvesteringen.