BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:84
Regeling LNV-subsidies
1. De aanvraag tot garantstelling wordt namens de natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:72ingediend door de bank die de lening verstrekt.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. een verklaring van de bank dat de landbouwonderneming voldoet aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden om de garantstelling te kunnen verstrekken en waarin de bank met name aangeeft dat inzichtelijk is dat de landbouwonderneming in liquiditeitsproblemen als bedoeld in artikel 2:83, derde lid, verkeert;
b. een door de landbouwonderneming opgemaakte verklaring, waarin opgave wordt gedaan van alle vanaf 1 januari 2008 verstrekte de-minimissteun, steun verstrekt op grond van punt 4.2.2 van de Tijdelijke communautaire kaderregeling en steun verstrekt op grond van punt 2.2 van de Tijdelijke communautaire kaderregeling 2011.
3. De aanvrager of de bank verstrekt op verzoek van de Minister alle bescheiden en informatie die de Minister noodzakelijk acht, waaronder:
a. een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de landbouwonderneming;
b. een overzicht van de stand van de leningen en kredieten van de landbouwonderneming;
c. een specificatie van de zekerheden voor alle door de bank te verstrekken financieringen aan de landbouwonderneming, vergezeld van een taxatierapport ter zake van de executiewaarde van de roerende en onroerende zaken die tot zekerheid strekken, alsmede een specificatie van de totale financiering die onder de garantstelling zal vallen inclusief de daaraan door de bank verbonden voorwaarden;
d. een berekening van het eigen en aansprakelijk vermogen;
e. een door de bank getoetste, op de ondernemerscapaciteiten van de aanvrager afgestemde begroting, waaruit blijkt dat de landbouwonderneming een bruto-jaaromzet heeft die voor meer dan de helft wordt verkregen uit de primaire productie van landbouwproducten en voldoende liquiditeitstoename oplevert;
f. de boekhoudverslagen en aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over de voorliggende drie boekjaren, indien beschikbaar;
g. een toelichting van de bank op de verstrekte gegevens;
h. voor zover van toepassing, maatschapovereenkomsten, overeenkomsten inzake vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen, of statuten van de landbouwonderneming indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtspersoon;
i. een verklaring van de bank dat aan de landbouwonderneming na 1 juli 2008 voor ten minste twee jaar uitstel van betaling is verleend, of verleend zal worden, op alle door banken aan de onderneming verstrekte leningen.
4. Ingeval de bank nakoming vordert van de garantstelling, wordt deze uitsluitend uitgekeerd indien op grond van de bescheiden en de informatie, bedoeld in het tweede lid en derde lid, wordt vastgesteld dat de landbouwonderneming ten tijde van de aanvraag voldeed aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden om voor garantstelling in aanmerking te komen.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
a. een verklaring van de bank dat de landbouwonderneming voldoet aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden om de garantstelling te kunnen verstrekken en waarin de bank met name aangeeft dat inzichtelijk is dat de landbouwonderneming in liquiditeitsproblemen als bedoeld in artikel 2:83, derde lid, verkeert;
b. een door de landbouwonderneming opgemaakte verklaring, waarin opgave wordt gedaan van alle vanaf 1 januari 2008 verstrekte de-minimissteun, steun verstrekt op grond van punt 4.2.2 van de Tijdelijke communautaire kaderregeling en steun verstrekt op grond van punt 2.2 van de Tijdelijke communautaire kaderregeling 2011.
3. De aanvrager of de bank verstrekt op verzoek van de Minister alle bescheiden en informatie die de Minister noodzakelijk acht, waaronder:
a. een overzicht van de liquiditeitsbehoefte van de landbouwonderneming;
b. een overzicht van de stand van de leningen en kredieten van de landbouwonderneming;
c. een specificatie van de zekerheden voor alle door de bank te verstrekken financieringen aan de landbouwonderneming, vergezeld van een taxatierapport ter zake van de executiewaarde van de roerende en onroerende zaken die tot zekerheid strekken, alsmede een specificatie van de totale financiering die onder de garantstelling zal vallen inclusief de daaraan door de bank verbonden voorwaarden;
d. een berekening van het eigen en aansprakelijk vermogen;
e. een door de bank getoetste, op de ondernemerscapaciteiten van de aanvrager afgestemde begroting, waaruit blijkt dat de landbouwonderneming een bruto-jaaromzet heeft die voor meer dan de helft wordt verkregen uit de primaire productie van landbouwproducten en voldoende liquiditeitstoename oplevert;
f. de boekhoudverslagen en aangiften inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting over de voorliggende drie boekjaren, indien beschikbaar;
g. een toelichting van de bank op de verstrekte gegevens;
h. voor zover van toepassing, maatschapovereenkomsten, overeenkomsten inzake vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen, of statuten van de landbouwonderneming indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtspersoon;
i. een verklaring van de bank dat aan de landbouwonderneming na 1 juli 2008 voor ten minste twee jaar uitstel van betaling is verleend, of verleend zal worden, op alle door banken aan de onderneming verstrekte leningen.
4. Ingeval de bank nakoming vordert van de garantstelling, wordt deze uitsluitend uitgekeerd indien op grond van de bescheiden en de informatie, bedoeld in het tweede lid en derde lid, wordt vastgesteld dat de landbouwonderneming ten tijde van de aanvraag voldeed aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden om voor garantstelling in aanmerking te komen.