BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:66a
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan aan een onderneming die zich bezighoudt met het slachten of doden van aal voor de verkoop of een samenwerkingsverband van dergelijke ondernemingen als bedoeld in artikel 1:19, subsidie verstrekken voor de aanschaf en installatie van aalbedwelmingsapparatuur die bestemd is voor de verdoving van aal bij de slacht.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. de aalbedwelmingsapparatuur, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van artikel 1:2, tweede lid, na 16 juni 2011 en uiterlijk op het moment van de subsidieaanvraag betaald, geleverd en geïnstalleerd is;
b. de onderneming of het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van de bouwer van de aalbedwelmingsapparatuur kan afgeven waaruit blijkt dat door middel van een hersenfilm wetenschappelijk is aangetoond dat het desbetreffende type aalbedwelmingsapparatuur ervoor zorgt dat: 1°. een aal voorafgaand aan het doden binnen één seconde wordt verdoofd door middel van elektriciteit;
2°. een aal pas wordt blootgesteld aan de elektrische stroom op het moment dat de aal zich tussen de elektroden bevindt;
3°. de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid ten gevolge van de bedwelming wordt aangehouden totdat het dodingsproces voltooid is;
1°. een aal voorafgaand aan het doden binnen één seconde wordt verdoofd door middel van elektriciteit;
2°. een aal pas wordt blootgesteld aan de elektrische stroom op het moment dat de aal zich tussen de elektroden bevindt;
3°. de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid ten gevolge van de bedwelming wordt aangehouden totdat het dodingsproces voltooid is;
c. aan de onderneming, bedoeld in het eerste lid, of aan één van de deelnemers in het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, niet op een eerder moment al subsidie is verstrekt door een bestuursorgaan of door een orgaan van de Europese Unie voor de investering in of ontwikkeling van aalbedwelmingsapparatuur dat gebruikt wordt voor de verdoving van aal bij de slacht.
2. Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. de aalbedwelmingsapparatuur, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van artikel 1:2, tweede lid, na 16 juni 2011 en uiterlijk op het moment van de subsidieaanvraag betaald, geleverd en geïnstalleerd is;
b. de onderneming of het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van de bouwer van de aalbedwelmingsapparatuur kan afgeven waaruit blijkt dat door middel van een hersenfilm wetenschappelijk is aangetoond dat het desbetreffende type aalbedwelmingsapparatuur ervoor zorgt dat: 1°. een aal voorafgaand aan het doden binnen één seconde wordt verdoofd door middel van elektriciteit;
2°. een aal pas wordt blootgesteld aan de elektrische stroom op het moment dat de aal zich tussen de elektroden bevindt;
3°. de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid ten gevolge van de bedwelming wordt aangehouden totdat het dodingsproces voltooid is;
1°. een aal voorafgaand aan het doden binnen één seconde wordt verdoofd door middel van elektriciteit;
2°. een aal pas wordt blootgesteld aan de elektrische stroom op het moment dat de aal zich tussen de elektroden bevindt;
3°. de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid ten gevolge van de bedwelming wordt aangehouden totdat het dodingsproces voltooid is;
c. aan de onderneming, bedoeld in het eerste lid, of aan één van de deelnemers in het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, niet op een eerder moment al subsidie is verstrekt door een bestuursorgaan of door een orgaan van de Europese Unie voor de investering in of ontwikkeling van aalbedwelmingsapparatuur dat gebruikt wordt voor de verdoving van aal bij de slacht.