BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:58
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan aan een producentengroepering subsidie verstrekken voor activiteiten die bedoeld zijn om consumenten aan te zetten tot aankoop van landbouwproducten die vallen onder een voedselkwaliteitsregeling, al dan niet via distributeurs of verwerkers van die producten.
2. De activiteiten vestigen de aandacht op specifieke kenmerken van producten die voortvloeien uit voedselkwaliteitsregelingen, waaronder met name de kwaliteit, productiemethode, het niveau van dierenwelzijn en milieuvriendelijkheid.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten:
a. ter promotie van geregistreerde merken;
b. waarmee de consument ertoe wordt aangezet om een product te kopen vanwege de specifieke herkomst van het product;
c. waarbij de verwijzing naar de oorsprong van een product niet ondergeschikt is aan de hoofdboodschap van de activiteiten;
d. waarvoor reeds subsidie is verstrekt ter uitvoering van verordening (EG) nr. 2826/2000 van de Raad van de Europese Unie betreffende voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt (PbEG L 328);
e. die worden uitgevoerd buiten de Europese Unie.
4. Het derde lid, aanhef in samenhang met onderdeel b, is niet van toepassing ingeval het gaat om producten waarvoor een kwaliteitsschema is erkend in het kader van:
a. titel VI van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PbEG L 179);
b. verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93).
2. De activiteiten vestigen de aandacht op specifieke kenmerken van producten die voortvloeien uit voedselkwaliteitsregelingen, waaronder met name de kwaliteit, productiemethode, het niveau van dierenwelzijn en milieuvriendelijkheid.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten:
a. ter promotie van geregistreerde merken;
b. waarmee de consument ertoe wordt aangezet om een product te kopen vanwege de specifieke herkomst van het product;
c. waarbij de verwijzing naar de oorsprong van een product niet ondergeschikt is aan de hoofdboodschap van de activiteiten;
d. waarvoor reeds subsidie is verstrekt ter uitvoering van verordening (EG) nr. 2826/2000 van de Raad van de Europese Unie betreffende voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt (PbEG L 328);
e. die worden uitgevoerd buiten de Europese Unie.
4. Het derde lid, aanhef in samenhang met onderdeel b, is niet van toepassing ingeval het gaat om producten waarvoor een kwaliteitsschema is erkend in het kader van:
a. titel VI van verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PbEG L 179);
b. verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93).