BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 1:14
Regeling LNV-subsidies
1. Tenzij de beschikking tot subsidieverlening tevens de subsidievaststelling inhoudt, dient de subsidie-ontvanger zijn aanvraag om subsidievaststelling in, binnen dertien weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn voltooid, tenzij de Minister bij subsidieverlening een andere periode voor het indienen van de aanvraag heeft vastgesteld.
2. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.
3. Bij de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 4:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maakt de subsidieontvanger een onderverdeling naar de onderscheiden subsidiabele kosten.
4. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van een eindverslag, dat ten minste bevat:
a. een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht;
b. een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening;
c. de kennis en informatie die met het project zijn opgedaan, en
d. de wijze waarop de kennis en informatie, bedoeld in onderdeel c, openbaar is of zal worden gemaakt, ingeval in deze regeling is bepaald dat openbaarmaking plaatsvindt.
5. Indien de verleende subsidie minder bedraagt dan € 125.000 is het derde lid niet van toepassing; in dat geval overlegt de subsidie-ontvanger de gegevens die nodig zijn om aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.
6. In afwijking van het vijfde lid is het derde lid van toepassing op Europese subsidies die minder bedragen dan € 125.000.
2. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.
3. Bij de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 4:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maakt de subsidieontvanger een onderverdeling naar de onderscheiden subsidiabele kosten.
4. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van een eindverslag, dat ten minste bevat:
a. een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht;
b. een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening;
c. de kennis en informatie die met het project zijn opgedaan, en
d. de wijze waarop de kennis en informatie, bedoeld in onderdeel c, openbaar is of zal worden gemaakt, ingeval in deze regeling is bepaald dat openbaarmaking plaatsvindt.
5. Indien de verleende subsidie minder bedraagt dan € 125.000 is het derde lid niet van toepassing; in dat geval overlegt de subsidie-ontvanger de gegevens die nodig zijn om aan te tonen dat de subsidiabele activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.
6. In afwijking van het vijfde lid is het derde lid van toepassing op Europese subsidies die minder bedragen dan € 125.000.