BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:60d
Regeling LNV-subsidies
1. In afwijking van artikel 4:60c, eerste lid, bedraagt de lening waarvoor een garantstelling wordt verstrekt ten hoogste € 2.500.000 als:
a. de aanvraag tot garantstelling is gericht op de terugbetaling van een lening die strekt tot financiering van investeringen als bedoeld in artikel 4:60a, eerste lid, die voldoen aan de eisen van het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur, hetgeen blijkt uit een voorlopig certificaat dat is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarvoor geldt dat: 1°. binnen twee jaar na afgifte van het voorlopig certificaat een definitief certificaat wordt overgelegd, dan wel
2°. binnen drie jaar een definitief certificaat wordt overgelegd volgens de dan vigerende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur.
1°. binnen twee jaar na afgifte van het voorlopig certificaat een definitief certificaat wordt overgelegd, dan wel
2°. binnen drie jaar een definitief certificaat wordt overgelegd volgens de dan vigerende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur.
b. de garantstelling wordt verstrekt ter zake van een investeringsplan, waarbij ten minste de helft van de investeringen betrekking heeft op de in onderdeel a bedoelde investeringen.
2. Een garantstelling als bedoeld in dit artikel kan tevens worden verstrekt voor de terugbetaling van leningen die zijn achtergesteld ten opzichte van andere vorderingen van de bank, waarbij geldt dat:
a. slechts een garantstelling wordt verstrekt voor zover de omvang van de achtergestelde lening kleiner is dan het eigen vermogen van de visserijonderneming waarop de aanvraag tot garantstelling betrekking heeft;
b. in afwijking van artikel 4:60c, tweede lid, artikel 4:55, eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing is;
c. in afwijking van artikel 4:60c, tweede lid, aanhef en onder a, achtergestelde leningen een looptijd hebben van ten hoogste tien jaar en niet lineair hoeven te worden afgelost.
a. de aanvraag tot garantstelling is gericht op de terugbetaling van een lening die strekt tot financiering van investeringen als bedoeld in artikel 4:60a, eerste lid, die voldoen aan de eisen van het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur, hetgeen blijkt uit een voorlopig certificaat dat is afgegeven door een door de Raad voor Accreditatie hiervoor geaccrediteerde organisatie, en waarvoor geldt dat: 1°. binnen twee jaar na afgifte van het voorlopig certificaat een definitief certificaat wordt overgelegd, dan wel
2°. binnen drie jaar een definitief certificaat wordt overgelegd volgens de dan vigerende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur.
1°. binnen twee jaar na afgifte van het voorlopig certificaat een definitief certificaat wordt overgelegd, dan wel
2°. binnen drie jaar een definitief certificaat wordt overgelegd volgens de dan vigerende Maatlat Duurzame Veehouderij en Aquacultuur.
b. de garantstelling wordt verstrekt ter zake van een investeringsplan, waarbij ten minste de helft van de investeringen betrekking heeft op de in onderdeel a bedoelde investeringen.
2. Een garantstelling als bedoeld in dit artikel kan tevens worden verstrekt voor de terugbetaling van leningen die zijn achtergesteld ten opzichte van andere vorderingen van de bank, waarbij geldt dat:
a. slechts een garantstelling wordt verstrekt voor zover de omvang van de achtergestelde lening kleiner is dan het eigen vermogen van de visserijonderneming waarop de aanvraag tot garantstelling betrekking heeft;
b. in afwijking van artikel 4:60c, tweede lid, artikel 4:55, eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing is;
c. in afwijking van artikel 4:60c, tweede lid, aanhef en onder a, achtergestelde leningen een looptijd hebben van ten hoogste tien jaar en niet lineair hoeven te worden afgelost.