BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:1
Regeling LNV-subsidies
1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
– verordening nr. 1198/2006: Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europese Visserijfonds (PbEU L 223);
– verordening nr. 510/2006: Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93);
– verordening nr. 498/2007: Verordening (EG) nr. 498/2007 van de Commissie van 26 maart 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad inzake het Europees Visserijfonds (PbEU L 120);
– verordening nr. 736/2008: Verordening (EG) nr. 736/2008 van de Commissie van 22 juli 2008 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die visserijproducten produceren, verwerken en afzetten (PbEU L 201);
– verordening nr. 1077/2008: Verordening (EG) nr. 1077/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 november 2008 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) 06/1966 van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 07/1566;
– Besluit: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;
– kleine, middelgrote en micro-ondernemingen: kleine, middelgrote en micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124);
– visserijonderneming: onderneming die actief is binnen de visserijsector;
– visser: natuurlijk persoon die zijn hoofdberoep uitoefent aan boord van een in bedrijf zijnd vissersvaartuig;
– vissersvaartuig: vaartuig dat gebruikt wordt voor de uitoefening van de bedrijfsmatige visserij, dat overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 als Nederlands geldt en dat overeenkomstig het bij of krachtens het besluit bepaalde staat geregistreerd;
– binnenvisserij: visserij voor commerciële doeleinden met vaartuigen die uitsluitend actief zijn in de binnenwateren en die niet in het communautaire register van vissersvaartuigen zijn opgenomen;
– aquacultuur: de kweek of teelt van aquatische organismen, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de betrokken organismen te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu;
– gangbare praktijk in de aquacultuursector: aquacultuuractiviteiten die worden uitgevoerd overeenkomstig de bindende gezondheids-, veterinaire of milieuwetgeving;
– visvergunning: aan een ondernemer ten aanzien van een vissersvaartuig toegekende visvergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
– garnalenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon, crangon) in de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren;
– contingent: contingent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
– meetbrief: document als bedoeld in artikel 4 van de Meetbrievenwet 1981;
– brutoton: maat ter bepaling van de scheepsinhoud overeenkomstig bijlage I van het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122 en 194);
– innovatieproject: project dat een samenhangend geheel van activiteiten vormt, welke zijn gericht op het verwerven en verspreiden van nieuwe technische kennis die wordt verkregen door: a. het ontwikkelen van een innoverende technologie en het onder realistische omstandigheden in de productiesector testen van de technische en economische levensvatbaarheid van deze technologie;
b. testen uit te voeren in verband met beheersplannen en plannen voor het toewijzen van visserij-inspanningen, waaronder desnoods het sluiten van gebieden voor de visserij om de biologische en financiële gevolgen te kunnen evalueren, en het experimenteel uitzetten van vis;
c. methoden te ontwikkelen en te testen om de selectiviteit van het vistuig te verbeteren of om de bijvangsten, de overboord gezette hoeveelheden of de gevolgen voor het milieu te beperken, of
d. alternatieve soorten visserijbeheerstechnieken te testen;
a. het ontwikkelen van een innoverende technologie en het onder realistische omstandigheden in de productiesector testen van de technische en economische levensvatbaarheid van deze technologie;
b. testen uit te voeren in verband met beheersplannen en plannen voor het toewijzen van visserij-inspanningen, waaronder desnoods het sluiten van gebieden voor de visserij om de biologische en financiële gevolgen te kunnen evalueren, en het experimenteel uitzetten van vis;
c. methoden te ontwikkelen en te testen om de selectiviteit van het vistuig te verbeteren of om de bijvangsten, de overboord gezette hoeveelheden of de gevolgen voor het milieu te beperken, of
d. alternatieve soorten visserijbeheerstechnieken te testen;
– Visserij Innovatie Platform: door de Minister van LNV ingesteld platform dat adviseert over kansrijke innovaties in de visserij, zoals meegedeeld bij brief aan de Tweede Kamer van 27 juni 2006 (Kamerstukken II 2005-06, 29675, nr. 19);
– experimentele visserij; het gebruik van vistuig en andere apparatuur voor de detectie van vis om vast te stellen welke vissoorten in welke hoeveelheden aanwezig zijn, teneinde een indruk te krijgen van de omvang van de bestanden in dat gebied en van de economische perspectieven van commerciële exploitatie van deze bestanden;
– maatschappelijke organisatie: rechtspersoon zonder winstoogmerk, niet zijnde een overheidsorganisatie of onderneming in Europeesrechtelijke zin;
– ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister staat geregistreerd;
– vissoorten: alle soorten van vis, schaal-, schelp- en weekdieren;
– aanlandplicht: verplichting tot het aanlanden van alle vangsten, zoals voorzien in artikel 15 van het politieke akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement van 30 mei 2013 over het voorstel voor een Verordening van het Europees Parament en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2011) 425 definitief) zoals opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.
2. In aanvulling op artikel 1:15, eerste lid, komen kosten voor huisvesting niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk.
3. In aanvulling op artikel 1:15, vijfde lid, onder a, is het uurtarief voor eigen arbeid € 35,– per uur voor subsidie op grond van dit hoofdstuk.
4. De Minister kan tot 5 jaar na de subsidievaststelling de subsidie op grond van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk intrekken indien naar de mening van de Minister het resultaat van het project of de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt, wordt gewijzigd:
a. waardoor de aard van het resultaat van het project of de activiteit is veranderd;
b. waardoor in strijd met de uitvoeringsvoorwaarden van de subsidie wordt gehandeld;
c. waardoor de subsidieontvanger een onrechtmatig voordeel heeft;
d. tengevolge van een verandering in de eigendom van een infrastructuurvoorziening, of
e. tengevolge van de beëindiging of verplaatsing van een productieve activiteit.
5. De Minister kan in het besluit op grond van artikel 1:3bepalen dat artikel 1:2, tweede lid, niet van toepassing is op subsidies verleend op grond van dit hoofdstuk.
6. Onverminderd artikel 1:12, vierde lid, bewaart de ontvanger van een subsidie, verstrekt op grond van dit hoofdstuk, de in dat lid bedoelde administratie tot en met 31 december 2020.
– verordening nr. 1198/2006: Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europese Visserijfonds (PbEU L 223);
– verordening nr. 510/2006: Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (PbEU L 93);
– verordening nr. 498/2007: Verordening (EG) nr. 498/2007 van de Commissie van 26 maart 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad inzake het Europees Visserijfonds (PbEU L 120);
– verordening nr. 736/2008: Verordening (EG) nr. 736/2008 van de Commissie van 22 juli 2008 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die visserijproducten produceren, verwerken en afzetten (PbEU L 201);
– verordening nr. 1077/2008: Verordening (EG) nr. 1077/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 november 2008 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EG) 06/1966 van de Raad betreffende de elektronische registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem voor teledetectie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 07/1566;
– Besluit: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;
– kleine, middelgrote en micro-ondernemingen: kleine, middelgrote en micro-onderneming in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124);
– visserijonderneming: onderneming die actief is binnen de visserijsector;
– visser: natuurlijk persoon die zijn hoofdberoep uitoefent aan boord van een in bedrijf zijnd vissersvaartuig;
– vissersvaartuig: vaartuig dat gebruikt wordt voor de uitoefening van de bedrijfsmatige visserij, dat overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 als Nederlands geldt en dat overeenkomstig het bij of krachtens het besluit bepaalde staat geregistreerd;
– binnenvisserij: visserij voor commerciële doeleinden met vaartuigen die uitsluitend actief zijn in de binnenwateren en die niet in het communautaire register van vissersvaartuigen zijn opgenomen;
– aquacultuur: de kweek of teelt van aquatische organismen, waarbij technieken worden gebruikt om de aangroei van de betrokken organismen te verhogen tot boven de natuurlijke capaciteiten van het milieu;
– gangbare praktijk in de aquacultuursector: aquacultuuractiviteiten die worden uitgevoerd overeenkomstig de bindende gezondheids-, veterinaire of milieuwetgeving;
– visvergunning: aan een ondernemer ten aanzien van een vissersvaartuig toegekende visvergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
– garnalenvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van garnalen (Crangon, crangon) in de visserijzone, het zeegebied of de kustwateren;
– contingent: contingent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
– meetbrief: document als bedoeld in artikel 4 van de Meetbrievenwet 1981;
– brutoton: maat ter bepaling van de scheepsinhoud overeenkomstig bijlage I van het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122 en 194);
– innovatieproject: project dat een samenhangend geheel van activiteiten vormt, welke zijn gericht op het verwerven en verspreiden van nieuwe technische kennis die wordt verkregen door: a. het ontwikkelen van een innoverende technologie en het onder realistische omstandigheden in de productiesector testen van de technische en economische levensvatbaarheid van deze technologie;
b. testen uit te voeren in verband met beheersplannen en plannen voor het toewijzen van visserij-inspanningen, waaronder desnoods het sluiten van gebieden voor de visserij om de biologische en financiële gevolgen te kunnen evalueren, en het experimenteel uitzetten van vis;
c. methoden te ontwikkelen en te testen om de selectiviteit van het vistuig te verbeteren of om de bijvangsten, de overboord gezette hoeveelheden of de gevolgen voor het milieu te beperken, of
d. alternatieve soorten visserijbeheerstechnieken te testen;
a. het ontwikkelen van een innoverende technologie en het onder realistische omstandigheden in de productiesector testen van de technische en economische levensvatbaarheid van deze technologie;
b. testen uit te voeren in verband met beheersplannen en plannen voor het toewijzen van visserij-inspanningen, waaronder desnoods het sluiten van gebieden voor de visserij om de biologische en financiële gevolgen te kunnen evalueren, en het experimenteel uitzetten van vis;
c. methoden te ontwikkelen en te testen om de selectiviteit van het vistuig te verbeteren of om de bijvangsten, de overboord gezette hoeveelheden of de gevolgen voor het milieu te beperken, of
d. alternatieve soorten visserijbeheerstechnieken te testen;
– Visserij Innovatie Platform: door de Minister van LNV ingesteld platform dat adviseert over kansrijke innovaties in de visserij, zoals meegedeeld bij brief aan de Tweede Kamer van 27 juni 2006 (Kamerstukken II 2005-06, 29675, nr. 19);
– experimentele visserij; het gebruik van vistuig en andere apparatuur voor de detectie van vis om vast te stellen welke vissoorten in welke hoeveelheden aanwezig zijn, teneinde een indruk te krijgen van de omvang van de bestanden in dat gebied en van de economische perspectieven van commerciële exploitatie van deze bestanden;
– maatschappelijke organisatie: rechtspersoon zonder winstoogmerk, niet zijnde een overheidsorganisatie of onderneming in Europeesrechtelijke zin;
– ondernemer: natuurlijk persoon of rechtspersoon te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister staat geregistreerd;
– vissoorten: alle soorten van vis, schaal-, schelp- en weekdieren;
– aanlandplicht: verplichting tot het aanlanden van alle vangsten, zoals voorzien in artikel 15 van het politieke akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement van 30 mei 2013 over het voorstel voor een Verordening van het Europees Parament en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2011) 425 definitief) zoals opgenomen in bijlage 6 bij deze regeling.
2. In aanvulling op artikel 1:15, eerste lid, komen kosten voor huisvesting niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk.
3. In aanvulling op artikel 1:15, vijfde lid, onder a, is het uurtarief voor eigen arbeid € 35,– per uur voor subsidie op grond van dit hoofdstuk.
4. De Minister kan tot 5 jaar na de subsidievaststelling de subsidie op grond van dit hoofdstuk geheel of gedeeltelijk intrekken indien naar de mening van de Minister het resultaat van het project of de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt, wordt gewijzigd:
a. waardoor de aard van het resultaat van het project of de activiteit is veranderd;
b. waardoor in strijd met de uitvoeringsvoorwaarden van de subsidie wordt gehandeld;
c. waardoor de subsidieontvanger een onrechtmatig voordeel heeft;
d. tengevolge van een verandering in de eigendom van een infrastructuurvoorziening, of
e. tengevolge van de beëindiging of verplaatsing van een productieve activiteit.
5. De Minister kan in het besluit op grond van artikel 1:3bepalen dat artikel 1:2, tweede lid, niet van toepassing is op subsidies verleend op grond van dit hoofdstuk.
6. Onverminderd artikel 1:12, vierde lid, bewaart de ontvanger van een subsidie, verstrekt op grond van dit hoofdstuk, de in dat lid bedoelde administratie tot en met 31 december 2020.