BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 3:10b
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan aan stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk, of samenwerkingsverbanden daarvan, subsidie verstrekken voor de uitvoering van een project dat een geheel van afgebakende en eenmalige activiteiten vormt, en:
a. is gericht op het in de Nederlandse samenleving vergroten van de aandacht voor duurzaam voedsel of het draagvlak voor duurzaam voedsel, en
b. aansluit op het beleid zoals beschreven in speerpunt 2 van de nota Duurzaam voedsel (Kamerstukken II 2008/2009, 31 532, nr.18).
2. Voor subsidie komen in ieder geval in aanmerking projecten die op doelmatige wijze bijdragen aan de doelstelling van het eerste lid door:
a. het vergroten van kennis van duurzaam voedsel door het ontwikkelen van modelprogramma’s en bijbehorende trainingen voor intermediairs en leerkrachten, voor gebruik bij binnen- en buitenschoolse educatie;
b. het vergroten van kennis van duurzaam voedsel bij groepen in de samenleving die een bijdrage kunnen leveren aan de realisering van de doelstellingen uit de nota Duurzaam voedsel, door het geven van voorlichting of het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal;
c. het vergroten van de aandacht voor duurzaam voedsel door het ontwikkelen van een visie op het belang van duurzaam voedsel, het inbrengen van deze visie in overlegsituaties en het vragen van de publieke aandacht voor deze visie;
d. het verhogen van de organisatiegraad en verbeteren van onderlinge contacten door het stimuleren van samenwerking tussen organisaties op het gebied van duurzaam voedsel en het bevorderen van informatie-uitwisseling tussen die organisaties.
3. Geen subsidie wordt verstrekt indien:
a. het project niet uitsluitend een publieksgericht of openbaar karaker heeft;
b. het project een looptijd heeft van meer dan één jaar;
c. de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 15.000;
d. de subsidie geheel of gedeeltelijk ten goede komt aan instellingen of instanties die opereren met winstoogmerk of aan ondernemingen;
e. het project tevens wordt bekostigd door instellingen of instanties die opereren met winstoogmerk of door ondernemingen;
f. het project geheel of gedeeltelijk uit andere hoofde op grond van deze regeling kan worden gesubsidieerd, ongeacht of de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening is opengesteld.
a. is gericht op het in de Nederlandse samenleving vergroten van de aandacht voor duurzaam voedsel of het draagvlak voor duurzaam voedsel, en
b. aansluit op het beleid zoals beschreven in speerpunt 2 van de nota Duurzaam voedsel (Kamerstukken II 2008/2009, 31 532, nr.18).
2. Voor subsidie komen in ieder geval in aanmerking projecten die op doelmatige wijze bijdragen aan de doelstelling van het eerste lid door:
a. het vergroten van kennis van duurzaam voedsel door het ontwikkelen van modelprogramma’s en bijbehorende trainingen voor intermediairs en leerkrachten, voor gebruik bij binnen- en buitenschoolse educatie;
b. het vergroten van kennis van duurzaam voedsel bij groepen in de samenleving die een bijdrage kunnen leveren aan de realisering van de doelstellingen uit de nota Duurzaam voedsel, door het geven van voorlichting of het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal;
c. het vergroten van de aandacht voor duurzaam voedsel door het ontwikkelen van een visie op het belang van duurzaam voedsel, het inbrengen van deze visie in overlegsituaties en het vragen van de publieke aandacht voor deze visie;
d. het verhogen van de organisatiegraad en verbeteren van onderlinge contacten door het stimuleren van samenwerking tussen organisaties op het gebied van duurzaam voedsel en het bevorderen van informatie-uitwisseling tussen die organisaties.
3. Geen subsidie wordt verstrekt indien:
a. het project niet uitsluitend een publieksgericht of openbaar karaker heeft;
b. het project een looptijd heeft van meer dan één jaar;
c. de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 15.000;
d. de subsidie geheel of gedeeltelijk ten goede komt aan instellingen of instanties die opereren met winstoogmerk of aan ondernemingen;
e. het project tevens wordt bekostigd door instellingen of instanties die opereren met winstoogmerk of door ondernemingen;
f. het project geheel of gedeeltelijk uit andere hoofde op grond van deze regeling kan worden gesubsidieerd, ongeacht of de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening is opengesteld.