BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:35
Regeling LNV-subsidies
1. Investeringen ter verbetering van de selectiviteit van vistuigen, inclusief maximaal twee vervangingen van vistuig in de periode 2007–2013, zijn subsidiabel indien:
a. het betrokken vissersvaartuig in het bezit is van een speciaal visdocument voor een herstelplan als bedoeld in artikel 5 van verordening nr. 2371/2002 en de eigenaar met dat vaartuig na de aanvraag overschakelt op een andere visserijmethode en de visserij uitoefent op een andere doelsoort, waarvan de toestand van het bestand nog toelaat te vissen, of
b. het nieuwe tuig selectiever is en beantwoordt aan de erkende milieucriteria en praktijken die verder reiken dan de bestaande wettelijke verplichtingen.
2. In afwijking van en onverminderd het eerste lid kan de Minister aan een aanvrager in de periode 2007 – 2013 eenmaal subsidie als bedoeld in artikel 4:34verlenen voor het vervangen van vistuig indien:
a. de subsidieontvanger overeenkomstig artikel 25, achtste lid, van verordening nr. 1198/2006 met het vervangen van het oude vistuig voldoet aan de nieuwe technische eisen inzake selectiviteit uit hoofde van het communautaire recht en deze eisen nog niet verplicht zijn gesteld of de Europese verordening waarin de eisen zijn opgenomen een periode bepaalt waarin subsidiëring is toegestaan, of
b. de visserij met het nieuwe vistuig aantoonbaar minder effect heeft op niet-commerciële aquatische soorten dan visserij met het vervangen vistuig.
3. De Minister kan per vissersvaartuig in de periode 2007 – 2013 eenmaal subsidie als bedoeld in artikel 4:34verlenen voor het vervangen van de hoofdmotor, indien:
a. het vaartuig een lengte van ten hoogste 24 meter heeft;
b. het vaartuig bij de visserij gebruik maakt van gesleept vistuig, en
c. de nieuwe motor ten minste 20% minder vermogen heeft dan het vermogen vermeld op de visvergunning.
a. het betrokken vissersvaartuig in het bezit is van een speciaal visdocument voor een herstelplan als bedoeld in artikel 5 van verordening nr. 2371/2002 en de eigenaar met dat vaartuig na de aanvraag overschakelt op een andere visserijmethode en de visserij uitoefent op een andere doelsoort, waarvan de toestand van het bestand nog toelaat te vissen, of
b. het nieuwe tuig selectiever is en beantwoordt aan de erkende milieucriteria en praktijken die verder reiken dan de bestaande wettelijke verplichtingen.
2. In afwijking van en onverminderd het eerste lid kan de Minister aan een aanvrager in de periode 2007 – 2013 eenmaal subsidie als bedoeld in artikel 4:34verlenen voor het vervangen van vistuig indien:
a. de subsidieontvanger overeenkomstig artikel 25, achtste lid, van verordening nr. 1198/2006 met het vervangen van het oude vistuig voldoet aan de nieuwe technische eisen inzake selectiviteit uit hoofde van het communautaire recht en deze eisen nog niet verplicht zijn gesteld of de Europese verordening waarin de eisen zijn opgenomen een periode bepaalt waarin subsidiëring is toegestaan, of
b. de visserij met het nieuwe vistuig aantoonbaar minder effect heeft op niet-commerciële aquatische soorten dan visserij met het vervangen vistuig.
3. De Minister kan per vissersvaartuig in de periode 2007 – 2013 eenmaal subsidie als bedoeld in artikel 4:34verlenen voor het vervangen van de hoofdmotor, indien:
a. het vaartuig een lengte van ten hoogste 24 meter heeft;
b. het vaartuig bij de visserij gebruik maakt van gesleept vistuig, en
c. de nieuwe motor ten minste 20% minder vermogen heeft dan het vermogen vermeld op de visvergunning.