BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:73a
Regeling LNV-subsidies
1. In zoverre in afwijking van artikel 2:73, eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan de bank de looptijd van de lening, waarvoor de Minister onder de voorwaarden van deze paragraaf een garantstelling heeft verstrekt, met ten hoogste drie jaar verlengen, mits:
a. de totale looptijd van de lening daarmee niet meer dan twee en twintig jaar bedraagt, en
b. verlenging noodzakelijk is in verband met betalingsmoeilijkheden van de landbouwonderneming die zijn opgetreden als gevolg van de recente uitbraak van de EHEC-bacterie in Noord-Duitsland.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op garantstellingen als bedoeld in artikel 2:80, vierde lid.
3. De kredietinstelling kan de verlenging van de looptijd, bedoeld in het eerste lid, onder de in dat lid in de onderdelen a en b gestelde voorwaarden, overeenkomstig toepassen op leningen met een looptijd van maximaal 20 jaar, niet zijnde achtergestelde leningen, waarvoor garantie is verstrekt op grond van het Besluit Borgstellingsfonds of het Besluit BF bijzondere borgstellingen.
a. de totale looptijd van de lening daarmee niet meer dan twee en twintig jaar bedraagt, en
b. verlenging noodzakelijk is in verband met betalingsmoeilijkheden van de landbouwonderneming die zijn opgetreden als gevolg van de recente uitbraak van de EHEC-bacterie in Noord-Duitsland.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op garantstellingen als bedoeld in artikel 2:80, vierde lid.
3. De kredietinstelling kan de verlenging van de looptijd, bedoeld in het eerste lid, onder de in dat lid in de onderdelen a en b gestelde voorwaarden, overeenkomstig toepassen op leningen met een looptijd van maximaal 20 jaar, niet zijnde achtergestelde leningen, waarvoor garantie is verstrekt op grond van het Besluit Borgstellingsfonds of het Besluit BF bijzondere borgstellingen.