BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:76
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan op aanvraag een tegemoetkoming verstrekken aan degene die tenminste tot 1 september 2010 viste in de wateren, bedoeld in bijlage 15en 16 van de Uitvoeringsregeling visserij, en die schade lijdt als gevolg van het visverbod, bedoeld in de artikelen 23ben 28b van de Uitvoeringsregeling visserij.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt een gemiddeld nettojaarresultaat, berekend uit de nettojaarresultaten die zijn behaald in de jaren 2009 en 2010 uit de vangst van aal en wolhandkrab in de gebieden, waarop het verbod, bedoeld in het eerste lid, ziet, vermenigvuldigd met vijf.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Minister het nettojaarresultaat behaald uit de visserij op aal in het jaar 2009 of 2010 hanteren, indien
a. uit de boekhouding blijkt dat de opbrengst uit de visserij op aal in één van de betreffende jaren significant lager is dan hetgeen te verwachten is;
b. de aanvrager aannemelijk maakt dat dit te wijten is aan omstandigheden die buiten zijn invloedsfeer liggen, en
c. de aanvrager zulks verzoekt.
4. Indien de aanvrager aannemelijk maakt dat de opbrengsten uit de visserij op aal zowel in 2009 als in 2010, als gevolg van omstandigheden, als bedoeld in lid 3, onderdeel b, significant lager zijn geweest dan hetgeen in normale omstandigheden te verwachten is, kan de Minister het nettojaarresultaat behaald uit de visserij op aal in 2008 hanteren, indien van dat resultaat in de boekhouding separaat melding wordt gemaakt en indien de aanvrager zulks verzoekt.
5. In afwijking van het tweede lid kan de Minister het nettojaarresultaat behaald uit de visserij op wolhandkrab in het jaar 2009 of 2010 hanteren, indien van dat resultaat in de boekhouding separaat melding wordt gemaakt en indien de aanvrager zulks verzoekt.
6. Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, in voorkomend geval berekend met inachtneming van het bepaalde in het derde, vierde of vijfde lid, wordt vermeerderd met een bedrag dat gelijkstaat aan vijf maal het gemiddelde nettojaarresultaat in de jaren 2009 en 2010, voor zover dat resultaat is verkregen uit de vangst van schubvissen in de gebieden, bedoeld in artikel 23en 28 van de Uitvoeringsregeling visserij, die ingevolge een toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, en 21, eerste lid, van de Visserijwet 1963, voor het vissen op aal of wolhandkrab, of ingevolge een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Visserijwet 1963, voor het vissen op aal of wolhandkrab door de aanvrager, mag worden behouden en verkocht, voor zover van dat resultaat in de boekhouding separaat melding wordt gemaakt.
7. Indien een aanvrager aannemelijk maakt dat de afschrijvingskosten in de jaren die als referentie worden gehanteerd, of in geval van toepassing van het derde, vierde of vijfde lid, in het jaar dat als referentie wordt gehanteerd, significant hoger zijn dan de kosten die in de jaren 2011 tot en met 2015, redelijkerwijs hadden mogen worden verwacht, wordt het nettojaarresultaat vermeerderd met het verschil tussen op de boekhouding opgenomen afschrijving en de afschrijving die redelijkerwijs mag worden verwacht.
8. In voorkomend geval wordt het nettoresultaat verminderd met de tegemoetkoming die in het betreffende jaar voor de betreffende wateren is uitgekeerd op grond van artikel 4:68.
9. Bij toepassing van het vierde lid wordt het nettoresultaat uit de vangst van aal over het jaar 2008 verminderd met het resultaat dat in de betreffende wateren met die vangst is behaald in de maanden september tot en met november van dat jaar.
2. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt een gemiddeld nettojaarresultaat, berekend uit de nettojaarresultaten die zijn behaald in de jaren 2009 en 2010 uit de vangst van aal en wolhandkrab in de gebieden, waarop het verbod, bedoeld in het eerste lid, ziet, vermenigvuldigd met vijf.
3. In afwijking van het tweede lid kan de Minister het nettojaarresultaat behaald uit de visserij op aal in het jaar 2009 of 2010 hanteren, indien
a. uit de boekhouding blijkt dat de opbrengst uit de visserij op aal in één van de betreffende jaren significant lager is dan hetgeen te verwachten is;
b. de aanvrager aannemelijk maakt dat dit te wijten is aan omstandigheden die buiten zijn invloedsfeer liggen, en
c. de aanvrager zulks verzoekt.
4. Indien de aanvrager aannemelijk maakt dat de opbrengsten uit de visserij op aal zowel in 2009 als in 2010, als gevolg van omstandigheden, als bedoeld in lid 3, onderdeel b, significant lager zijn geweest dan hetgeen in normale omstandigheden te verwachten is, kan de Minister het nettojaarresultaat behaald uit de visserij op aal in 2008 hanteren, indien van dat resultaat in de boekhouding separaat melding wordt gemaakt en indien de aanvrager zulks verzoekt.
5. In afwijking van het tweede lid kan de Minister het nettojaarresultaat behaald uit de visserij op wolhandkrab in het jaar 2009 of 2010 hanteren, indien van dat resultaat in de boekhouding separaat melding wordt gemaakt en indien de aanvrager zulks verzoekt.
6. Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, in voorkomend geval berekend met inachtneming van het bepaalde in het derde, vierde of vijfde lid, wordt vermeerderd met een bedrag dat gelijkstaat aan vijf maal het gemiddelde nettojaarresultaat in de jaren 2009 en 2010, voor zover dat resultaat is verkregen uit de vangst van schubvissen in de gebieden, bedoeld in artikel 23en 28 van de Uitvoeringsregeling visserij, die ingevolge een toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, en 21, eerste lid, van de Visserijwet 1963, voor het vissen op aal of wolhandkrab, of ingevolge een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Visserijwet 1963, voor het vissen op aal of wolhandkrab door de aanvrager, mag worden behouden en verkocht, voor zover van dat resultaat in de boekhouding separaat melding wordt gemaakt.
7. Indien een aanvrager aannemelijk maakt dat de afschrijvingskosten in de jaren die als referentie worden gehanteerd, of in geval van toepassing van het derde, vierde of vijfde lid, in het jaar dat als referentie wordt gehanteerd, significant hoger zijn dan de kosten die in de jaren 2011 tot en met 2015, redelijkerwijs hadden mogen worden verwacht, wordt het nettojaarresultaat vermeerderd met het verschil tussen op de boekhouding opgenomen afschrijving en de afschrijving die redelijkerwijs mag worden verwacht.
8. In voorkomend geval wordt het nettoresultaat verminderd met de tegemoetkoming die in het betreffende jaar voor de betreffende wateren is uitgekeerd op grond van artikel 4:68.
9. Bij toepassing van het vierde lid wordt het nettoresultaat uit de vangst van aal over het jaar 2008 verminderd met het resultaat dat in de betreffende wateren met die vangst is behaald in de maanden september tot en met november van dat jaar.