BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:36i
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister rangschikt een aanvraag overeenkomstig artikel 1:4hoger naarmate het onderzoeksproject waarop de aanvraag betrekking heeft:
a. meer bijdraagt aan de doelstelling van deze subsidiemodule;
b. van een betere kwaliteit is en de slaagkans van het project groter is;
c. wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband dat beter gericht is op het behalen van de doelstelling van deze subsidiemodule;
d. een hogere kosteneffectiviteit kent;
e. meer internationale uitwisseling van ervaringen, kennis en resultaten genereert.
2. Voor de rangschikking weegt het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde criterium, waarbij maximaal 35 punten te behalen zijn, mee voor 35/100, het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde criterium, waarbij maximaal 30 punten te behalen zijn, mee voor 30/100, het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde criterium, waarbij maximaal 15 punten te behalen zijn, mee voor 15/100, het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde criterium, waarbij maximaal 15 punten te behalen zijn, mee voor 15/100, het in het tweede lid, onderdeel e, genoemde criterium, waarbij maximaal 5 punten te behalen zijn, mee voor 5/100. Er geldt een drempel van 60 punten.
3. Aanvragen voor onderzoeksprojecten met minder dan 60 punten komen niet in aanmerking voor subsidie en zullen door de Minister worden afgewezen.
a. meer bijdraagt aan de doelstelling van deze subsidiemodule;
b. van een betere kwaliteit is en de slaagkans van het project groter is;
c. wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband dat beter gericht is op het behalen van de doelstelling van deze subsidiemodule;
d. een hogere kosteneffectiviteit kent;
e. meer internationale uitwisseling van ervaringen, kennis en resultaten genereert.
2. Voor de rangschikking weegt het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde criterium, waarbij maximaal 35 punten te behalen zijn, mee voor 35/100, het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde criterium, waarbij maximaal 30 punten te behalen zijn, mee voor 30/100, het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde criterium, waarbij maximaal 15 punten te behalen zijn, mee voor 15/100, het in het eerste lid, onderdeel d, genoemde criterium, waarbij maximaal 15 punten te behalen zijn, mee voor 15/100, het in het tweede lid, onderdeel e, genoemde criterium, waarbij maximaal 5 punten te behalen zijn, mee voor 5/100. Er geldt een drempel van 60 punten.
3. Aanvragen voor onderzoeksprojecten met minder dan 60 punten komen niet in aanmerking voor subsidie en zullen door de Minister worden afgewezen.