BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:45
Regeling LNV-subsidies
1. Een subsidie als bedoeld in artikel 2:42, eerste lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger met het oog op de investeringen een schriftelijke overeenkomst van geldlening met een looptijd van ten minste drie jaar afsluit met een bank.
2. De overeenkomst tot geldlening, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegaan voor ten minste de hoogte van de subsidiabele kosten.
3. Ingeval de subsidie strekt tot verwerving van onroerende zaken, wordt deze verleend onder de voorwaarde dat:
a. de daaraan verbonden kosten, met uitzondering van kosten van overdrachtsbelasting, notariële kosten en de kosten van inschrijving bij het kadaster, niet hoger zijn dan een door een taxateur vastgestelde vrije verkoopwaarde van de onroerende zaken;
b. een taxateur heeft vastgesteld dat gebouwen voldoen aan de nationale voorschriften die op gebouwen van toepassing zijn, voor zover de onroerende zaken gebouwen betreffen.
4. Een taxateur als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de vakbekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling vakbekwaamheidseisen Wet waardering onroerende zaken.
2. De overeenkomst tot geldlening, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegaan voor ten minste de hoogte van de subsidiabele kosten.
3. Ingeval de subsidie strekt tot verwerving van onroerende zaken, wordt deze verleend onder de voorwaarde dat:
a. de daaraan verbonden kosten, met uitzondering van kosten van overdrachtsbelasting, notariële kosten en de kosten van inschrijving bij het kadaster, niet hoger zijn dan een door een taxateur vastgestelde vrije verkoopwaarde van de onroerende zaken;
b. een taxateur heeft vastgesteld dat gebouwen voldoen aan de nationale voorschriften die op gebouwen van toepassing zijn, voor zover de onroerende zaken gebouwen betreffen.
4. Een taxateur als bedoeld in het tweede lid voldoet aan de vakbekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling vakbekwaamheidseisen Wet waardering onroerende zaken.