BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:42
Regeling LNV-subsidies
1. In aanvulling op artikel 2:37, eerste lid, kan de Minister voor andere investeringen dan de investeringen, bedoeld in bijlage 2bij deze regeling, subsidie als bedoeld in dat artikel verstrekken aan een persoon die op het tijdstip van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening een jonge landbouwer is en aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoet:
a. hij beschikt over een getuigschrift van afronding van een erkende landbouwkundige opleiding of een opleiding van gelijkwaardig niveau, of
b. hij kan aantonen dat hij ten minste drie jaar op een landbouwonderneming werkzaam is geweest.
2. In aanvulling op artikel 2:37, derde lid, wordt geen subsidie verstrekt indien:
a. de subsidie in totaal € 5.000 of minder bedraagt;
b. de jonge landbouwer met het oog op de investeringen een geldlening is aangegaan voordat de verlening van de subsidie hem schriftelijk is bevestigd;
c. op grond van deze paragraaf of de Subsidieregeling jonge agrariërs, zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, eerder aan de jonge landbouwer subsidie is verstrekt of terzake van een eerdere aanvraag op grond van deze paragraaf nog een beslissing tot vaststelling van de subsidie moet worden genomen;
d. het eigen vermogen van de jonge landbouwer meer dan 60% van de fiscale balanswaarde van zijn landbouwonderneming bedraagt;
e. de jonge landbouwer uitsluitend beschikt over grond, waarvoor hij een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:396 van het Burgerlijk Wetboek heeft afgesloten.
a. hij beschikt over een getuigschrift van afronding van een erkende landbouwkundige opleiding of een opleiding van gelijkwaardig niveau, of
b. hij kan aantonen dat hij ten minste drie jaar op een landbouwonderneming werkzaam is geweest.
2. In aanvulling op artikel 2:37, derde lid, wordt geen subsidie verstrekt indien:
a. de subsidie in totaal € 5.000 of minder bedraagt;
b. de jonge landbouwer met het oog op de investeringen een geldlening is aangegaan voordat de verlening van de subsidie hem schriftelijk is bevestigd;
c. op grond van deze paragraaf of de Subsidieregeling jonge agrariërs, zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, eerder aan de jonge landbouwer subsidie is verstrekt of terzake van een eerdere aanvraag op grond van deze paragraaf nog een beslissing tot vaststelling van de subsidie moet worden genomen;
d. het eigen vermogen van de jonge landbouwer meer dan 60% van de fiscale balanswaarde van zijn landbouwonderneming bedraagt;
e. de jonge landbouwer uitsluitend beschikt over grond, waarvoor hij een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:396 van het Burgerlijk Wetboek heeft afgesloten.