BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 3:69
Regeling LNV-subsidies
1. In aanvulling op, onderscheidenlijk in afwijking van artikel 1:15zijn de subsidiabele kosten van een project de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen kosten, gemaakt na indiening van de aanvraag:
a. kosten van direct bij het project betrokken personeel, waarvoor geldt het aantal uren vermenigvuldigd met het vaste uurtarief van € 60,–;
b. kosten van verbruikte materialen;
c. kosten voor opleiding, kosten van een onderneming niet zijnde een kennisinstelling die deskundig advies geeft binnen een bepaald kennisgebied en de afschrijvingskosten voor de speciaal voor het project aangeschafte apparatuur lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen met een afschrijvingstermijn van vijf jaar, gezamenlijk tot een maximum van: 1° 40% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project a;
2° 60% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project b;
1° 40% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project a;
2° 60% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project b;
d. kosten voor het verzamelen van informatie over de herkomst van grondstoffen of over de impact via de keten, voor zover deze kosten gezamenlijk minder dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten uitmaken;
e. door derden gemaakte kosten anders dan de kosten genoemd bij onderdeel c en d.
2. In aanvulling op, onderscheidenlijk in afwijking van artikel 1:15zijn de volgende kosten niet-subsidiabel:
a. kosten voor het nemen van voor de onderneming of deelnemers van het samenwerkingsverband wettelijk verplichte maatregelen;
b. kosten voor de verwerving van de subsidie;
c. kosten voor reizen binnen Nederland.
a. kosten van direct bij het project betrokken personeel, waarvoor geldt het aantal uren vermenigvuldigd met het vaste uurtarief van € 60,–;
b. kosten van verbruikte materialen;
c. kosten voor opleiding, kosten van een onderneming niet zijnde een kennisinstelling die deskundig advies geeft binnen een bepaald kennisgebied en de afschrijvingskosten voor de speciaal voor het project aangeschafte apparatuur lineair berekend als fractie van de aanschafprijs op basis van bedrijfseconomische grondslagen en normen met een afschrijvingstermijn van vijf jaar, gezamenlijk tot een maximum van: 1° 40% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project a;
2° 60% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project b;
1° 40% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project a;
2° 60% van de totale subsidiabele projectkosten in geval van een project b;
d. kosten voor het verzamelen van informatie over de herkomst van grondstoffen of over de impact via de keten, voor zover deze kosten gezamenlijk minder dan 50% van de totale subsidiabele projectkosten uitmaken;
e. door derden gemaakte kosten anders dan de kosten genoemd bij onderdeel c en d.
2. In aanvulling op, onderscheidenlijk in afwijking van artikel 1:15zijn de volgende kosten niet-subsidiabel:
a. kosten voor het nemen van voor de onderneming of deelnemers van het samenwerkingsverband wettelijk verplichte maatregelen;
b. kosten voor de verwerving van de subsidie;
c. kosten voor reizen binnen Nederland.