BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:69c
Regeling LNV-subsidies
1. De minister kan subsidie verstrekken aan een onderneming die zodanig ernstig is getroffen door maatregelen ter bestrijding van:
a. een dierziekte als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 8 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, of
b. een schadelijk organisme als bedoeld in artikel 3 van de Regeling aanwijzing schadelijke organismen 1998,
dat zij als rechtstreeks gevolg daarvan als een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in paragraaf 2.1 van de communautaire richtsnoeren is aan te merken.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van reddingssteun of herstructureringssteun.
3. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstrekt:
a. aan ondernemingen waar 50 of meer personen werkzaam zijn of waarvan de omzet of het balanstotaal meer bedraagt dan € 10.000.000,– per jaar;
b. aan andere ondernemingen dan landbouwondernemingen die niet voldoen aan punt 10 van de communautaire richtsnoeren;
c. aan ondernemingen die korter dan drie jaar actief zijn;
d. indien er een mogelijkheid bestaat voor de onderneming zich te verzekeren tegen de gevolgen van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b;
e. indien een onderneming deel uitmaakt van een concern of wordt overgenomen door een concern;
f. indien een onderneming in staat is met eigen middelen, met middelen van haar eigenaren of aandeelhouders of met op de markt verkregen kapitaal haar herstel te verwezenlijken;
g. indien de gevraagde subsidie minder dan € 5.000,– bedraagt;
h. aan ondernemingen die actief zijn op een markt waarbij sprake is van een structureel overschot aan productiecapaciteit, of
i. aan ondernemingen die in aanmerking kunnen komen voor steun op grond van titel IV, hoofdstuk I, II en III, van verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PbEU L 223).
a. een dierziekte als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 8 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, of
b. een schadelijk organisme als bedoeld in artikel 3 van de Regeling aanwijzing schadelijke organismen 1998,
dat zij als rechtstreeks gevolg daarvan als een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in paragraaf 2.1 van de communautaire richtsnoeren is aan te merken.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt verstrekt in de vorm van reddingssteun of herstructureringssteun.
3. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstrekt:
a. aan ondernemingen waar 50 of meer personen werkzaam zijn of waarvan de omzet of het balanstotaal meer bedraagt dan € 10.000.000,– per jaar;
b. aan andere ondernemingen dan landbouwondernemingen die niet voldoen aan punt 10 van de communautaire richtsnoeren;
c. aan ondernemingen die korter dan drie jaar actief zijn;
d. indien er een mogelijkheid bestaat voor de onderneming zich te verzekeren tegen de gevolgen van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b;
e. indien een onderneming deel uitmaakt van een concern of wordt overgenomen door een concern;
f. indien een onderneming in staat is met eigen middelen, met middelen van haar eigenaren of aandeelhouders of met op de markt verkregen kapitaal haar herstel te verwezenlijken;
g. indien de gevraagde subsidie minder dan € 5.000,– bedraagt;
h. aan ondernemingen die actief zijn op een markt waarbij sprake is van een structureel overschot aan productiecapaciteit, of
i. aan ondernemingen die in aanmerking kunnen komen voor steun op grond van titel IV, hoofdstuk I, II en III, van verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van de Europese Unie van 20 maart 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PbEU L 223).