BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:40
Regeling LNV-subsidies
1. De Minister kan aan een visserijonderneming of samenwerkingsverband van deze ondernemingen subsidie verstrekken voor de uitvoering van een project betreffende de bouw, de uitbreiding, de uitrusting en de modernisering van productie-installaties voor aquacultuur, voorzover het project is gericht op:
a. invoering van aquacultuurmethoden die de negatieve gevolgen voor het milieu aanzienlijk terugdringen of de positieve gevolgen voor het milieu ten opzichte van de gangbare praktijk in de aquacultuursector vergroten;
b. op nieuwe vissoorten gerichte diversificatie van het productieproces of productie van vissoorten met goede afzetvooruitzichten.
2. Subsidie wordt enkel verleend aan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen en aan ondernemingen die minder dan 750 werknemers hebben of een omzet van minder dan 200 miljoen euro hebben.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor een project dat:
a. er op gericht is om te voldoen aan verplichte EG-normen inzake het milieu, de gezondheid van mens en dier, de hygiëne of het dierenwelzijn;
b. bijdraagt aan een vergroting van de productie van forel, paling, meerval, zeebaars en zeebrasem;
c. betrekking heeft op siervissen;
d. betrekking heeft op aquacultuur van dieren die niet mogen worden gehouden op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of in strijd is met overige wet- of regelgeving;
e. in vergelijking met de gangbare praktijk in de aquacultuursector leidt tot een zwaardere belasting van het milieu;
f. ziet op een experimentele toepassing van een nieuwe aquacultuurmethode, techniek of proces, zonder commerciële toepassing op praktijkschaal.
4. Geen subsidie wordt verstrekt aan projecten waarvan de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 10.000,–.
a. invoering van aquacultuurmethoden die de negatieve gevolgen voor het milieu aanzienlijk terugdringen of de positieve gevolgen voor het milieu ten opzichte van de gangbare praktijk in de aquacultuursector vergroten;
b. op nieuwe vissoorten gerichte diversificatie van het productieproces of productie van vissoorten met goede afzetvooruitzichten.
2. Subsidie wordt enkel verleend aan kleine, middelgrote en micro-ondernemingen en aan ondernemingen die minder dan 750 werknemers hebben of een omzet van minder dan 200 miljoen euro hebben.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor een project dat:
a. er op gericht is om te voldoen aan verplichte EG-normen inzake het milieu, de gezondheid van mens en dier, de hygiëne of het dierenwelzijn;
b. bijdraagt aan een vergroting van de productie van forel, paling, meerval, zeebaars en zeebrasem;
c. betrekking heeft op siervissen;
d. betrekking heeft op aquacultuur van dieren die niet mogen worden gehouden op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren of in strijd is met overige wet- of regelgeving;
e. in vergelijking met de gangbare praktijk in de aquacultuursector leidt tot een zwaardere belasting van het milieu;
f. ziet op een experimentele toepassing van een nieuwe aquacultuurmethode, techniek of proces, zonder commerciële toepassing op praktijkschaal.
4. Geen subsidie wordt verstrekt aan projecten waarvan de subsidiabele kosten in totaal minder bedragen dan € 10.000,–.