BWBR0002416
Geldig vanaf 1964-06-01
Artikel 7
Visserijwet 1963
1. Het is verboden in een water, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c , te vissen voor zover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.
2. Het verbod van het eerste lid geldt niet:
a. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;
b. voor hem, die de rechthebbende op het visrecht of de houder der schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;
c. indien en voor zover het Rijk de rechthebbende op het visrecht is, behoudens in de gevallen bij algemene maatregel van bestuur bepaald;
d. voor hem, die vist met ten hoogste twee hengels.
2. Het verbod van het eerste lid geldt niet:
a. voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;
b. voor hem, die de rechthebbende op het visrecht of de houder der schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;
c. indien en voor zover het Rijk de rechthebbende op het visrecht is, behoudens in de gevallen bij algemene maatregel van bestuur bepaald;
d. voor hem, die vist met ten hoogste twee hengels.