BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:41
Regeling LNV-subsidies
De subsidie bedraagt ten hoogste:
a. 60% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door jonge landbouwers in: 1°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 50, tweede en derde lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005 aangewezen gebieden;
2°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 4 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) op de lijst van beschermde gebieden opgenomen gebieden, of
3°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 6 van richtlijn nr. 60/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327) in het register van beschermde gebieden aangewezen gebieden;
1°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 50, tweede en derde lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005 aangewezen gebieden;
2°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 4 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) op de lijst van beschermde gebieden opgenomen gebieden, of
3°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 6 van richtlijn nr. 60/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327) in het register van beschermde gebieden aangewezen gebieden;
b. 50% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door andere landbouwers dan jonge landbouwers in de gebieden, bedoeld in onderdeel a;
c. 50% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door jonge landbouwers in andere gebieden dan de gebieden, bedoeld in onderdeel a;
d. 40% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door andere landbouwers dan jonge landbouwers in andere gebieden dan de gebieden, bedoeld in onderdeel a;
e. 60% van de subsidiabele kosten voor investeringen voor zover het de noodzakelijke extra in aanmerking komende kosten betreft van investeringen die verder gaan dan volgens communautaire minimumeisen noodzakelijk is, dan wel 60% van de subsidiabele kosten voor investeringen voor zover het de noodzakelijke extra in aanmerking komende kosten betreft van investeringen die verder gaan dan bij of krachtens wet vastgelegde minimumeisen noodzakelijk is indien deze minimumeisen verder gaan dan communautaire minimumeisen, en voor zover de extra in aanmerking komende kosten niet leiden tot investeringen die een stijging van de productiecapaciteit tot gevolg hebben.
a. 60% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door jonge landbouwers in: 1°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 50, tweede en derde lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005 aangewezen gebieden;
2°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 4 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) op de lijst van beschermde gebieden opgenomen gebieden, of
3°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 6 van richtlijn nr. 60/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327) in het register van beschermde gebieden aangewezen gebieden;
1°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 50, tweede en derde lid, van verordening (EG) nr. 1698/2005 aangewezen gebieden;
2°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 4 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) op de lijst van beschermde gebieden opgenomen gebieden, of
3°. de door Nederland ter uitvoering van artikel 6 van richtlijn nr. 60/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG L 327) in het register van beschermde gebieden aangewezen gebieden;
b. 50% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door andere landbouwers dan jonge landbouwers in de gebieden, bedoeld in onderdeel a;
c. 50% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door jonge landbouwers in andere gebieden dan de gebieden, bedoeld in onderdeel a;
d. 40% van de subsidiabele kosten voor de investeringen door andere landbouwers dan jonge landbouwers in andere gebieden dan de gebieden, bedoeld in onderdeel a;
e. 60% van de subsidiabele kosten voor investeringen voor zover het de noodzakelijke extra in aanmerking komende kosten betreft van investeringen die verder gaan dan volgens communautaire minimumeisen noodzakelijk is, dan wel 60% van de subsidiabele kosten voor investeringen voor zover het de noodzakelijke extra in aanmerking komende kosten betreft van investeringen die verder gaan dan bij of krachtens wet vastgelegde minimumeisen noodzakelijk is indien deze minimumeisen verder gaan dan communautaire minimumeisen, en voor zover de extra in aanmerking komende kosten niet leiden tot investeringen die een stijging van de productiecapaciteit tot gevolg hebben.