BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 4:5
Regeling LNV-subsidies
1. De subsidieontvanger is verplicht om binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening, ervoor zorg te dragen dat:
a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd;
b. het registratienummer van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij is verwijderd;
c. de inschrijving van het vissersvaartuig in het register, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald;
d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt;
e. het vaartuig wordt ingeschreven in het register van de lidstaat van de Europese Unie onder de vlag van welke het vaartuig wordt gebracht, indien de visserijactiviteit wordt beëindigd overeenkomstig artikel 4:2, tweede lid, onderdeel b.
2. De Minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger eenmalig met ten hoogste vier weken verlengen.
3. In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, onderdeel b, is de subsidieontvanger verplicht om ervoor zorg te dragen dat het vaartuig niet op enig tijdstip terugkeert in de hoedanigheid van vissersvaartuig.
a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd;
b. het registratienummer van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij is verwijderd;
c. de inschrijving van het vissersvaartuig in het register, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald;
d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt;
e. het vaartuig wordt ingeschreven in het register van de lidstaat van de Europese Unie onder de vlag van welke het vaartuig wordt gebracht, indien de visserijactiviteit wordt beëindigd overeenkomstig artikel 4:2, tweede lid, onderdeel b.
2. De Minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger eenmalig met ten hoogste vier weken verlengen.
3. In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, onderdeel b, is de subsidieontvanger verplicht om ervoor zorg te dragen dat het vaartuig niet op enig tijdstip terugkeert in de hoedanigheid van vissersvaartuig.