BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 3:1
Regeling LNV-subsidies
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
– beheer: al hetgeen in een terrein wordt verricht ten behoeve van instandhouding en ontwikkeling van de in dat terrein aanwezige waarden van natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuurhistorische betekenis of vanwege de bosbouwkundige waarden, alsmede de daarmee verbonden administratie;
– bos: aaneengesloten terrein, waarop de meldings- en herplantplicht, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Boswet, van toepassing is;
– bosgroep: coöperatieve vereniging van bos-, natuur en landgoedeigenaren die bos-, natuur en landgoedeigenaren ondersteunt bij het beheer van hun bos, natuur en landschap;
– gescheperde schaapskudde: kudde die gedurende een periode van minimaal 150 dagen per jaar, en binnen die periode tenminste vijf dagen in de week, tenminste vijf uur per dag, rondtrekt, gehoed door een herder met een of meer honden;
– inrichting: het geschikt maken van een terrein voor de instandhouding, het herstel of de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden en het daarmee samenhangende beheer;
– landschapsontwikkelingsplan: plan voor het grondgebied van één of meer gemeenten ter verbetering van de landschapskwaliteit in het desbetreffende gebied;
– Landschappen: Stichting Unie van provinciale landschappen, statutair gevestigd te de Bilt;
– natuurgebied: natuurgebied dat als zodanig is begrensd in een natuurgebiedsplan: a. als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 1 januari 2007, of
b. dat is vastgesteld op grond van een ingevolge artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied door provinciale staten van de onderscheiden provincies vastgestelde verordening inzake subsidies voor natuurbeheer;
a. als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 1 januari 2007, of
b. dat is vastgesteld op grond van een ingevolge artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied door provinciale staten van de onderscheiden provincies vastgestelde verordening inzake subsidies voor natuurbeheer;
– natuurontwikkeling: het scheppen van de abiotische en biotische omstandigheden voor de ontwikkeling van natuurwaarden van nationale of internationale betekenis door middel van daarop toegesneden eenmalige maatregelen voor inrichting en beheer;
– natuurterrein: terrein, met uitzondering van bos, dat: a. bestaat uit hoogveen, zandverstuiving, droge heide of droog schraal grasland, natte heide of nat schraal grasland, vennen, plassen of andere wateren, en
b. aaneengesloten is dan wel over meer dan 100 meter niet is onderbroken door een spoordijk, kanaal, rivier, rijksweg of op andere wijze;
a. bestaat uit hoogveen, zandverstuiving, droge heide of droog schraal grasland, natte heide of nat schraal grasland, vennen, plassen of andere wateren, en
b. aaneengesloten is dan wel over meer dan 100 meter niet is onderbroken door een spoordijk, kanaal, rivier, rijksweg of op andere wijze;
– terreinen: gronden, daaronder begrepen natuurterreinen, wateren, landgoederen, bossen en andere houtopstanden, alsmede de op die gronden gelegen objecten, die van belang of van potentieel belang zijn om hun natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuur-historische betekenis of vanwege bosbouwkundige waarden;
– Unie van Bosgroepen: Unie van Bosgroepen, u.a., statutair gevestigd te Ede;
– Vereniging Natuurmonumenten: Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, statutair gevestigd te ’s-Graveland;
– Vereniging Platform Soortenbeschermende Organisaties: Vereniging Platform Soortenbeschermende Organisaties, statutair gevestigd te Wageningen;
– verwerving: verwerving van het recht van eigendom of het recht van erfpacht;
– zeldzaam schapenras: Drents heideschaap, Kempens heideschaap, Mergelandschaap, Schoonebeeker en Veluws heideschaap.
– beheer: al hetgeen in een terrein wordt verricht ten behoeve van instandhouding en ontwikkeling van de in dat terrein aanwezige waarden van natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuurhistorische betekenis of vanwege de bosbouwkundige waarden, alsmede de daarmee verbonden administratie;
– bos: aaneengesloten terrein, waarop de meldings- en herplantplicht, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Boswet, van toepassing is;
– bosgroep: coöperatieve vereniging van bos-, natuur en landgoedeigenaren die bos-, natuur en landgoedeigenaren ondersteunt bij het beheer van hun bos, natuur en landschap;
– gescheperde schaapskudde: kudde die gedurende een periode van minimaal 150 dagen per jaar, en binnen die periode tenminste vijf dagen in de week, tenminste vijf uur per dag, rondtrekt, gehoed door een herder met een of meer honden;
– inrichting: het geschikt maken van een terrein voor de instandhouding, het herstel of de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden en het daarmee samenhangende beheer;
– landschapsontwikkelingsplan: plan voor het grondgebied van één of meer gemeenten ter verbetering van de landschapskwaliteit in het desbetreffende gebied;
– Landschappen: Stichting Unie van provinciale landschappen, statutair gevestigd te de Bilt;
– natuurgebied: natuurgebied dat als zodanig is begrensd in een natuurgebiedsplan: a. als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 1 januari 2007, of
b. dat is vastgesteld op grond van een ingevolge artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied door provinciale staten van de onderscheiden provincies vastgestelde verordening inzake subsidies voor natuurbeheer;
a. als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 1 januari 2007, of
b. dat is vastgesteld op grond van een ingevolge artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied door provinciale staten van de onderscheiden provincies vastgestelde verordening inzake subsidies voor natuurbeheer;
– natuurontwikkeling: het scheppen van de abiotische en biotische omstandigheden voor de ontwikkeling van natuurwaarden van nationale of internationale betekenis door middel van daarop toegesneden eenmalige maatregelen voor inrichting en beheer;
– natuurterrein: terrein, met uitzondering van bos, dat: a. bestaat uit hoogveen, zandverstuiving, droge heide of droog schraal grasland, natte heide of nat schraal grasland, vennen, plassen of andere wateren, en
b. aaneengesloten is dan wel over meer dan 100 meter niet is onderbroken door een spoordijk, kanaal, rivier, rijksweg of op andere wijze;
a. bestaat uit hoogveen, zandverstuiving, droge heide of droog schraal grasland, natte heide of nat schraal grasland, vennen, plassen of andere wateren, en
b. aaneengesloten is dan wel over meer dan 100 meter niet is onderbroken door een spoordijk, kanaal, rivier, rijksweg of op andere wijze;
– terreinen: gronden, daaronder begrepen natuurterreinen, wateren, landgoederen, bossen en andere houtopstanden, alsmede de op die gronden gelegen objecten, die van belang of van potentieel belang zijn om hun natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuur-historische betekenis of vanwege bosbouwkundige waarden;
– Unie van Bosgroepen: Unie van Bosgroepen, u.a., statutair gevestigd te Ede;
– Vereniging Natuurmonumenten: Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, statutair gevestigd te ’s-Graveland;
– Vereniging Platform Soortenbeschermende Organisaties: Vereniging Platform Soortenbeschermende Organisaties, statutair gevestigd te Wageningen;
– verwerving: verwerving van het recht van eigendom of het recht van erfpacht;
– zeldzaam schapenras: Drents heideschaap, Kempens heideschaap, Mergelandschaap, Schoonebeeker en Veluws heideschaap.