BWBR0021281
Geldig vanaf 2015-04-30
Artikel 2:15
Regeling LNV-subsidies
1. Een project heeft betrekking op:
a. biologische landbouw, geïntegreerde landbouw of gesloten teeltsystemen;
b. milieuverantwoorde benutting van meststoffen;
c. beperking van de ammoniakemissies in de veehouderij;
d. verwijdering en verwerking van organische afvalstoffen voor zover betrekking hebbende op de substraatteelt;
e. beperking van milieubelasting door ondernemingen die zich richten op de be- of verwerking van, of handel in producten van de land- of bosbouw;
f. terugdringing van het gebruik of de emissie van gewasbeschermingsmiddelen;
g. duurzame energie, energiebesparing, energie-efficiency en energiemanagement;
h. toepassing van nieuwe marktgerichte productiemethoden of verwerkingstechnieken, waaronder de ontwikkeling van nieuwe landbouwproducten of bijproducten en het openen van nieuwe markten;
i. verbetering van logistieke systemen en informatietechnologie;
j. verbetering van de kwaliteit van productieprocessen of -systemen, waaronder integrale borgingssystemen;
k. verbetering van de horizontale, onderscheidenlijk verticale samenwerking in, onderscheidenlijk tussen opeenvolgende schakels in de productieketen van land- of bosbouwproducten;
l. verbetering van arbeidsomstandigheden;
m. verbetering van hygiëne;
n. verbetering van de gezondheid of het welzijn van dieren;
o. benutten en verbeteren van genetische en functionele agro-biodiversiteit om duurzame productie te bevorderen;
p. verbetering van de kwaliteit en vergroting van de variatie van het bodemleven door goede bodembewerkingsmethoden, bemestingsmethoden en –technieken waardoor het watervasthoudend vermogen van de bodem toeneemt en uitspoeling van nutriënten vermindert;
q. voorkomen van en omgaan met bodemverdichting en bestrijding van erosie;
r. behouden en ontwikkelen van natuur- en landschapswaarden in agrarische gebieden;
s. nemen van beheersmaatregelen die verdroging van natuurgebieden tegengaan;
t. horizontale of verticale samenwerking;
u. effectief kwantitatief en kwalitatief waterbeheer;
v. reductie van broeikasgassen.
2. Een project komt voor de subsidie in aanmerking indien:
a. het kan bijdragen aan de bevordering van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën, die verder gaat dan de wettelijke minimumnormen;
b. het betrekking heeft op vernieuwingen in de productiekolom van land- en bosbouwproducten die voldoende perspectief bieden voor toepassing op bedrijfsniveau;
c. het, gelet op de doelstelling, de inhoud en het geografisch bereik, niet gelijk is aan projecten waarvoor in het kader van deze regeling eerder een subsidie is verleend;
d. de uitvoeringstermijn ten hoogste drie jaar bedraagt, en
e. de subsidiabele kosten in totaal ten minste € 25.000 bedragen.
a. biologische landbouw, geïntegreerde landbouw of gesloten teeltsystemen;
b. milieuverantwoorde benutting van meststoffen;
c. beperking van de ammoniakemissies in de veehouderij;
d. verwijdering en verwerking van organische afvalstoffen voor zover betrekking hebbende op de substraatteelt;
e. beperking van milieubelasting door ondernemingen die zich richten op de be- of verwerking van, of handel in producten van de land- of bosbouw;
f. terugdringing van het gebruik of de emissie van gewasbeschermingsmiddelen;
g. duurzame energie, energiebesparing, energie-efficiency en energiemanagement;
h. toepassing van nieuwe marktgerichte productiemethoden of verwerkingstechnieken, waaronder de ontwikkeling van nieuwe landbouwproducten of bijproducten en het openen van nieuwe markten;
i. verbetering van logistieke systemen en informatietechnologie;
j. verbetering van de kwaliteit van productieprocessen of -systemen, waaronder integrale borgingssystemen;
k. verbetering van de horizontale, onderscheidenlijk verticale samenwerking in, onderscheidenlijk tussen opeenvolgende schakels in de productieketen van land- of bosbouwproducten;
l. verbetering van arbeidsomstandigheden;
m. verbetering van hygiëne;
n. verbetering van de gezondheid of het welzijn van dieren;
o. benutten en verbeteren van genetische en functionele agro-biodiversiteit om duurzame productie te bevorderen;
p. verbetering van de kwaliteit en vergroting van de variatie van het bodemleven door goede bodembewerkingsmethoden, bemestingsmethoden en –technieken waardoor het watervasthoudend vermogen van de bodem toeneemt en uitspoeling van nutriënten vermindert;
q. voorkomen van en omgaan met bodemverdichting en bestrijding van erosie;
r. behouden en ontwikkelen van natuur- en landschapswaarden in agrarische gebieden;
s. nemen van beheersmaatregelen die verdroging van natuurgebieden tegengaan;
t. horizontale of verticale samenwerking;
u. effectief kwantitatief en kwalitatief waterbeheer;
v. reductie van broeikasgassen.
2. Een project komt voor de subsidie in aanmerking indien:
a. het kan bijdragen aan de bevordering van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën, die verder gaat dan de wettelijke minimumnormen;
b. het betrekking heeft op vernieuwingen in de productiekolom van land- en bosbouwproducten die voldoende perspectief bieden voor toepassing op bedrijfsniveau;
c. het, gelet op de doelstelling, de inhoud en het geografisch bereik, niet gelijk is aan projecten waarvoor in het kader van deze regeling eerder een subsidie is verleend;
d. de uitvoeringstermijn ten hoogste drie jaar bedraagt, en
e. de subsidiabele kosten in totaal ten minste € 25.000 bedragen.