BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 60
Stoombesluit
1. Een stoomtoestel of damptoestel wordt telkens na verloop van een termijn, als in het volgende lid bepaald, aan een keuring onderworpen.
2. De termijn bedraagt:
a. één jaar voor vaartuigketels met een verwarmd oppervlak groter dan 5 m²;
b. twee jaar voor andere stoomketels, alsmede voor dampketels;
c. vier jaar voor vaten.
3. Het Hoofd van de Dienst kan, indien hij in verband met de aard van de in het toestel aanwezige stoffen zulks noodzakelijk acht, een kortere termijn dan die genoemd in het voorgaande lid vaststellen.
Het Hoofd van de Dienst kan, indien zulks om bijzondere redenen nodig is, toestaan, dat een termijn wordt overschreden.
Het Districtshoofd kan, indien zulks in het belang van de uitoefening van de dienst wenselijk is, de eerste keuring na het uitreiken van het contrôleboek doen geschieden binnen de in lid 2 bedoelde termijn.
4. De in het eerste lid bedoelde keuring omvat:
a. bij stoomtoestellen en damptoestellen, welke inwendig kunnen worden onderzocht, een inwendig onderzoek en op het tijdstip, waarop het Districtshoofd zulks nodig acht, tevens een uitwendig onderzoek, een beproeving of een onderzoek van het materiaal;
b. bij stoomtoestellen en damptoestellen, welke niet inwendig kunnen worden onderzocht, uitgezonderd die bedoeld onder c, een beproeving en op het tijdstip, waarop het Districtshoofd zulks nodig acht, tevens een uitwendig onderzoek of een onderzoek van het materiaal;
c. bij vaten, pijpleidingen zijnde, een onderzoek van de daarvoor in aanmerking komende flens-, las-, schroefverbindingen en dergelijke en op het tijdstip, waarop het Districtshoofd zuks nodig acht, tevens een uitwendig onderzoek, een beproeving en een onderzoek van het materiaal.
5. Het Districtshoofd kan, wanneer hij daartoe termen aanwezig acht, eisen, dat een onderzoek wordt ingesteld met betrekking tot de aard en de samenstelling van de in de stoomtoestellen en damptoestellen aanwezige stoffen.
2. De termijn bedraagt:
a. één jaar voor vaartuigketels met een verwarmd oppervlak groter dan 5 m²;
b. twee jaar voor andere stoomketels, alsmede voor dampketels;
c. vier jaar voor vaten.
3. Het Hoofd van de Dienst kan, indien hij in verband met de aard van de in het toestel aanwezige stoffen zulks noodzakelijk acht, een kortere termijn dan die genoemd in het voorgaande lid vaststellen.
Het Hoofd van de Dienst kan, indien zulks om bijzondere redenen nodig is, toestaan, dat een termijn wordt overschreden.
Het Districtshoofd kan, indien zulks in het belang van de uitoefening van de dienst wenselijk is, de eerste keuring na het uitreiken van het contrôleboek doen geschieden binnen de in lid 2 bedoelde termijn.
4. De in het eerste lid bedoelde keuring omvat:
a. bij stoomtoestellen en damptoestellen, welke inwendig kunnen worden onderzocht, een inwendig onderzoek en op het tijdstip, waarop het Districtshoofd zulks nodig acht, tevens een uitwendig onderzoek, een beproeving of een onderzoek van het materiaal;
b. bij stoomtoestellen en damptoestellen, welke niet inwendig kunnen worden onderzocht, uitgezonderd die bedoeld onder c, een beproeving en op het tijdstip, waarop het Districtshoofd zulks nodig acht, tevens een uitwendig onderzoek of een onderzoek van het materiaal;
c. bij vaten, pijpleidingen zijnde, een onderzoek van de daarvoor in aanmerking komende flens-, las-, schroefverbindingen en dergelijke en op het tijdstip, waarop het Districtshoofd zuks nodig acht, tevens een uitwendig onderzoek, een beproeving en een onderzoek van het materiaal.
5. Het Districtshoofd kan, wanneer hij daartoe termen aanwezig acht, eisen, dat een onderzoek wordt ingesteld met betrekking tot de aard en de samenstelling van de in de stoomtoestellen en damptoestellen aanwezige stoffen.