BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 15
Stoombesluit
1. Het vergunningsbewijs vermeldt een duidelijke aanwijzing van degene, die als gebruiker van het stoomtoestel, van het damptoestel of van meerdere zodanige toestellen, waarop het bewijs betrekking heeft, wordt aangemerkt, een opgave omtrent de uitgestrektheid van het verwarmd oppervlak bij ketels en omtrent de grootte van de inhoud bij vaten, voorts de gegevens, welke nodig worden geacht met betrekking tot de omstandigheden waaronder en de wijze waarop het toestel mag worden gebruikt, alsmede - in voorkomende gevallen - de ontheffing van voorschriften, verleend krachtens artikel 65.
2. Aan het vergunningsbewijs worden toegevoegd:
1e. een bewijs van onderzoek en beproeving met bijbehorende constructietekening van het toestel of van meerdere gelijke toestellen, dan wel meerdere zodanige bewijzen met bijbehorende constructietekening van de toestellen, waarop het vergunningsbewijs betrekking heeft;
2e. een aantal aantekeningenbladen, waarop door de betrokken ambtenaar van de Dienst bij latere keuringen zijn bevindingen aangaande het toestel of de toestellen, waarop het vergunningsbewijs betrekking heeft, worden vermeld.
3. Het bewijs van onderzoek en beproeving, als bedoeld in het voorgaande lid, vermeldt - voor zover de daartoe strekkende gegevens bekend zijn - de gegevens bedoeld in artikel 25, lid 3, alsmede die betreffende de aard van het materiaal waarvan het toestel is vervaardigd, voorts - indien nodig - de toegestane bedrijfstemperatuur, een opgave waaruit blijkt of het toestel al dan niet inwendig kan worden onderzocht en de datum waarop de beproeving heeft plaats gevonden.
4. De in de voorgaande leden genoemde stukken worden verenigd tot een boek, aangeduid als contrôleboek.
Behalve aan de daartoe door het Hoofd van de Dienst gemachtigde ambtenaren is het een ieder verboden in het contrôleboek aantekeningen te maken, dan wel stukken daaruit te verwijderen of daaraan toe te voegen.
5. Constructietekeningen, als in dit artikel bedoeld, moeten voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 12, lid 3, en bij de aanvragen, genoemd in de artikelen 17, 18en 19worden overgelegd. De tekeningen moeten zijn gevouwen tot op afmetingen van ten hoogste 210 mm bij 297 mm, behoudens een uitstekende hechtrand van 20 mm bij 297 mm. Het Districtshoofd kan ten aanzien van de uitvoering en de afmetingen van deze tekeningen nadere eisen stellen.
6. Op drukapparatuur en samenstellen waarop het Besluit drukapparatuurvan toepassing is, is het tweede lid, onder 1e, derde en vijfde lid niet van toepassing. In aanvulling op het tweede lid wordt ten aanzien van deze drukapparatuur en samenstellen de EG-verklaring van overeenstemming ingevolge het Besluit drukapparatuuraan het vergunningsbewijs toegevoegd. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Aan het vergunningsbewijs worden toegevoegd:
1e. een bewijs van onderzoek en beproeving met bijbehorende constructietekening van het toestel of van meerdere gelijke toestellen, dan wel meerdere zodanige bewijzen met bijbehorende constructietekening van de toestellen, waarop het vergunningsbewijs betrekking heeft;
2e. een aantal aantekeningenbladen, waarop door de betrokken ambtenaar van de Dienst bij latere keuringen zijn bevindingen aangaande het toestel of de toestellen, waarop het vergunningsbewijs betrekking heeft, worden vermeld.
3. Het bewijs van onderzoek en beproeving, als bedoeld in het voorgaande lid, vermeldt - voor zover de daartoe strekkende gegevens bekend zijn - de gegevens bedoeld in artikel 25, lid 3, alsmede die betreffende de aard van het materiaal waarvan het toestel is vervaardigd, voorts - indien nodig - de toegestane bedrijfstemperatuur, een opgave waaruit blijkt of het toestel al dan niet inwendig kan worden onderzocht en de datum waarop de beproeving heeft plaats gevonden.
4. De in de voorgaande leden genoemde stukken worden verenigd tot een boek, aangeduid als contrôleboek.
Behalve aan de daartoe door het Hoofd van de Dienst gemachtigde ambtenaren is het een ieder verboden in het contrôleboek aantekeningen te maken, dan wel stukken daaruit te verwijderen of daaraan toe te voegen.
5. Constructietekeningen, als in dit artikel bedoeld, moeten voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 12, lid 3, en bij de aanvragen, genoemd in de artikelen 17, 18en 19worden overgelegd. De tekeningen moeten zijn gevouwen tot op afmetingen van ten hoogste 210 mm bij 297 mm, behoudens een uitstekende hechtrand van 20 mm bij 297 mm. Het Districtshoofd kan ten aanzien van de uitvoering en de afmetingen van deze tekeningen nadere eisen stellen.
6. Op drukapparatuur en samenstellen waarop het Besluit drukapparatuurvan toepassing is, is het tweede lid, onder 1e, derde en vijfde lid niet van toepassing. In aanvulling op het tweede lid wordt ten aanzien van deze drukapparatuur en samenstellen de EG-verklaring van overeenstemming ingevolge het Besluit drukapparatuuraan het vergunningsbewijs toegevoegd. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.