BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 44
Stoombesluit
1. Vaste en vervoerbare stoomketels, waarvan het verwarmd oppervlak niet groter is dan 25 m², vaartuigketels, waarvan het verwarmd oppervlak niet groter is dan 5 m² en dampketels moeten met een voedingtoestel zijn verbonden. Andere ketels moeten met tenminste twee voedingtoestellen zijn verbonden.
2. Vaartuigketels, waarvan het verwarmd oppervlak groter is dan 5 m², moeten van tenminste twee voedingleidingen zijn voorzien.
3. Indien de wijze, waarop ketels in werking zijn, van dien aard is, dat voor het veilig gebruik een voortdurende circulatie van de vloeistof door de ketel door middel van een pomp moet worden onderhouden, moet de inrichting zodanig zijn, dat - wanneer deze pomp tot stilstand komt - onmiddellijk een tweede pomp wordt ingeschakeld of de ketel niet verder kan worden verhit.
2. Vaartuigketels, waarvan het verwarmd oppervlak groter is dan 5 m², moeten van tenminste twee voedingleidingen zijn voorzien.
3. Indien de wijze, waarop ketels in werking zijn, van dien aard is, dat voor het veilig gebruik een voortdurende circulatie van de vloeistof door de ketel door middel van een pomp moet worden onderhouden, moet de inrichting zodanig zijn, dat - wanneer deze pomp tot stilstand komt - onmiddellijk een tweede pomp wordt ingeschakeld of de ketel niet verder kan worden verhit.