BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 27
Stoombesluit
1. Elke pijpleiding moet voldoende zijn ondersteund en zodanig zijn aangelegd, dat een vrije uitzetting mogelijk is en moet - tenzij het Districtshoofd dit niet nodig acht - zo dicht mogelijk bij het aangesloten stoomtoestel of damptoestel van een afsluiter zijn voorzien.
2. Als afsluiters aan stoomtoestellen en damptoestellen of in pijpleidingen mogen zowel klep- als schuifafsluiters worden gebruikt. In plaats van afsluiters mogen kranen worden toegepast, tenzij de werkdruk hoger is dan 3 bar en tevens de som van de getallen, aangevende de middellijn van de doorlaatopening in millimeters en het zesvoud van de werkdruk groter is dan 150.
3. Een kraanplug moet met pakking zijn afgedicht, wanneer de middellijn van de doorlaatopening van de kraan groter is dan 20 mm.
4. Een kraanplug mag niet uitsluitend door de inrichting, welke de pakking aandrukt, in het huis zijn opgesloten, wanneer de middellijn van de doorlaatopening van de kraan groter is dan 32 mm.
5. Een kraanplug moet op het naar buiten stekend uiteinde van merktekens zijn voorzien, waardoor de loop van de kanalen in de plug duidelijk wordt aangegeven.
2. Als afsluiters aan stoomtoestellen en damptoestellen of in pijpleidingen mogen zowel klep- als schuifafsluiters worden gebruikt. In plaats van afsluiters mogen kranen worden toegepast, tenzij de werkdruk hoger is dan 3 bar en tevens de som van de getallen, aangevende de middellijn van de doorlaatopening in millimeters en het zesvoud van de werkdruk groter is dan 150.
3. Een kraanplug moet met pakking zijn afgedicht, wanneer de middellijn van de doorlaatopening van de kraan groter is dan 20 mm.
4. Een kraanplug mag niet uitsluitend door de inrichting, welke de pakking aandrukt, in het huis zijn opgesloten, wanneer de middellijn van de doorlaatopening van de kraan groter is dan 32 mm.
5. Een kraanplug moet op het naar buiten stekend uiteinde van merktekens zijn voorzien, waardoor de loop van de kanalen in de plug duidelijk wordt aangegeven.