BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 43
Stoombesluit
1. Vaste en vervoerbare ketels, met uitzondering van die genoemd in het volgende lid en van die welke overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van een smeltbare prop zijn voorzien, moeten zijn voorzien van een toestel, dat vloeistofgebrek in de ketel kenbaar maakt.
2. Een toestel, als in het voorgaande lid bedoeld, is niet vereist voor:
a. verticaal opgestelde cylindrische ketels, waarvan de verticale wand niet, of uitsluitend met behulp van een onder de bodem van de ketel geplaatste gasbrander, wordt verhit;
b. vervoerbare stoomketels, opgesteld op of in drijvende inrichtingen.
3. Vervoerbare stoomketels, voorzien van vuurkisten, waarin het hoogste punt van het voor de verdamping bestemde gedeelte van het verwarmd oppervlak is gelegen, mogen ter plaatse van dat punt zijn voorzien van een smeltbare prop.
2. Een toestel, als in het voorgaande lid bedoeld, is niet vereist voor:
a. verticaal opgestelde cylindrische ketels, waarvan de verticale wand niet, of uitsluitend met behulp van een onder de bodem van de ketel geplaatste gasbrander, wordt verhit;
b. vervoerbare stoomketels, opgesteld op of in drijvende inrichtingen.
3. Vervoerbare stoomketels, voorzien van vuurkisten, waarin het hoogste punt van het voor de verdamping bestemde gedeelte van het verwarmd oppervlak is gelegen, mogen ter plaatse van dat punt zijn voorzien van een smeltbare prop.