BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 23
Stoombesluit
1. Indien een stoomtoestel of damptoestel is voorzien van een uitwendig aangebracht deksel, dat ten behoeve van het gebruik van het toestel afwisselend wordt aangebracht en verwijderd, moet nabij het deksel een proefafsluiter zijn geplaatst. De proefafsluiter moet van voldoende grootte zijn, om duidelijk te kunnen waarnemen of in de ruimte, waarop deze is aangesloten, druk aanwezig is en moet zodanig zijn geplaatst of van een zodanige pijp zijn voorzien, dat bij het openen geen gevaar kan ontstaan.
2. Indien een deksel, als in het voorgaande lid bedoeld, van een zodanige sluiting is voorzien, dat bij het openen de verbinding met het toestel langs de gehele omtrek of een groot deel daarvan vrijwel gelijktijdig wordt opgeheven, moet de inrichting zo zijn uitgevoerd, dat alleen wanneer het deksel volledig is gesloten, het mogelijk is de proefafsluiter te sluiten en gesloten te houden.
3. Indien een deksel, als in het eerste lid bedoeld, wordt gesloten door middel van bouten, moeten deze tegen zijdelings afglijden zijn beveiligd.
2. Indien een deksel, als in het voorgaande lid bedoeld, van een zodanige sluiting is voorzien, dat bij het openen de verbinding met het toestel langs de gehele omtrek of een groot deel daarvan vrijwel gelijktijdig wordt opgeheven, moet de inrichting zo zijn uitgevoerd, dat alleen wanneer het deksel volledig is gesloten, het mogelijk is de proefafsluiter te sluiten en gesloten te houden.
3. Indien een deksel, als in het eerste lid bedoeld, wordt gesloten door middel van bouten, moeten deze tegen zijdelings afglijden zijn beveiligd.