BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 38
Stoombesluit
1. Een spuiafsluiter van een ketel moet van zodanige bijzondere constructie zijn, dat er waarborg bestaat, dat daarmede een dichte afsluiting wordt verkregen.
2. Elke spui-inrichting moet zodanig zijn aangebracht en, indien het Districtshoofd dit nodig acht, van een zodanige pijpleiding zijn voorzien, dat bij het openen van de spuiafsluiter geen gevaar kan ontstaan.
3. Is een spui-inrichting van een tweede spuiafsluiter voorzien, welke niet voldoet aan de in het eerste lid gestelde eis, dan moet de in dat lid bedoelde spuiafsluiter steeds zijn gesloten, wanneer niet wordt gespuid.
4. Indien een spui-inrichting uitsluitend dient voor het aftappen van vloeistof, behoeft de afsluiter niet van bijzondere constructie te zijn.
2. Elke spui-inrichting moet zodanig zijn aangebracht en, indien het Districtshoofd dit nodig acht, van een zodanige pijpleiding zijn voorzien, dat bij het openen van de spuiafsluiter geen gevaar kan ontstaan.
3. Is een spui-inrichting van een tweede spuiafsluiter voorzien, welke niet voldoet aan de in het eerste lid gestelde eis, dan moet de in dat lid bedoelde spuiafsluiter steeds zijn gesloten, wanneer niet wordt gespuid.
4. Indien een spui-inrichting uitsluitend dient voor het aftappen van vloeistof, behoeft de afsluiter niet van bijzondere constructie te zijn.