BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 39
Stoombesluit
1. De openingen, waardoor delen van het toebehoren, als bedoeld in de artikelen 28, 32, 34, 35en 36, met een stoomtoestel of damptoestel in verbinding staan, moeten, indien het Districtshoofd daartoe termen aanwezig acht, zodanig zijn beschermd, dat de in het toestel aanwezige stoffen geen verstopping kunnen veroorzaken.
2. Een gemeenschappelijke manometer ten behoeve van meerdere stoomtoestellen en damptoestellen is geoorloofd, indien deze zodanig is aangebracht, dat geen van deze toestellen in werking kan worden gebracht, zonder dat de manometer met het toestel in verbinding staat op de wijze, als in dit hoofdstuk bepaald.
3. Een bepaling, als in het voorgaande lid bedoeld, geldt eveneens ten aanzien van veiligheidskleppen en voedingtoestellen, met dien verstande, dat het bepaalde in de artikelen 28, lid 2, en 37ook van kracht is, wanneer de stoomtoestellen en damptoestellen alle in werking zijn.
2. Een gemeenschappelijke manometer ten behoeve van meerdere stoomtoestellen en damptoestellen is geoorloofd, indien deze zodanig is aangebracht, dat geen van deze toestellen in werking kan worden gebracht, zonder dat de manometer met het toestel in verbinding staat op de wijze, als in dit hoofdstuk bepaald.
3. Een bepaling, als in het voorgaande lid bedoeld, geldt eveneens ten aanzien van veiligheidskleppen en voedingtoestellen, met dien verstande, dat het bepaalde in de artikelen 28, lid 2, en 37ook van kracht is, wanneer de stoomtoestellen en damptoestellen alle in werking zijn.