BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 37
Stoombesluit
1. Een ketel wordt geacht voldoende te kunnen worden gevoed, wanneer bij de grootst mogelijke dampontwikkeling in de gevallen, bedoeld in artikel 36, lid 3, kan worden verhinderd, dat het vloeistofpeil daalt.
2. In geval van twijfel of voedingtoestellen en voedingleidingen zodanig zijn, dat is voldaan aan de in het voorgaande lid gestelde eis, hetzij in verband met de aard van deze toestellen, de doorlaat van de voedingleidingen of de toestand, waarin zich enig onderdeel bevindt, hetzij in verband met de mogelijk geachte dampontwikkeling, kan de betrokken ambtenaar van de Dienst die proefneming voorschrijven, welke hem voldoende zekerheid kan verschaffen.
2. In geval van twijfel of voedingtoestellen en voedingleidingen zodanig zijn, dat is voldaan aan de in het voorgaande lid gestelde eis, hetzij in verband met de aard van deze toestellen, de doorlaat van de voedingleidingen of de toestand, waarin zich enig onderdeel bevindt, hetzij in verband met de mogelijk geachte dampontwikkeling, kan de betrokken ambtenaar van de Dienst die proefneming voorschrijven, welke hem voldoende zekerheid kan verschaffen.