BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 24
Stoombesluit
1. Een stoomtoestel of damptoestel wordt geacht inwendig te kunnen worden onderzocht, indien het is voorzien van de nodige mangaten, kijkgaten of voor het gebruik noodzakelijke openingen, waardoor de betrokken ambtenaar van de Dienst in staat is het inwendige van het toestel voldoende waar te nemen.
2. Het Hoofd van de Dienst beslist of een stoomtoestel of damptoestel inwendig moet kunnen worden onderzocht.
3. Zijn de afmetingen van een stoomtoestel of damptoestel zodanig, dat een inwendige ruimte toegankelijk kan worden geacht, dan moet deze ruimte kunnen worden bereikt door een opening van tenminste 300 mm bij 400 mm, tenzij het Districtshoofd in verband met de constructie van de rand van de opening grotere afmetingen nodig acht. De opening moet zowel buiten als in het toestel behoorlijk bereikbaar zijn.
2. Het Hoofd van de Dienst beslist of een stoomtoestel of damptoestel inwendig moet kunnen worden onderzocht.
3. Zijn de afmetingen van een stoomtoestel of damptoestel zodanig, dat een inwendige ruimte toegankelijk kan worden geacht, dan moet deze ruimte kunnen worden bereikt door een opening van tenminste 300 mm bij 400 mm, tenzij het Districtshoofd in verband met de constructie van de rand van de opening grotere afmetingen nodig acht. De opening moet zowel buiten als in het toestel behoorlijk bereikbaar zijn.