BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 55
Stoombesluit
1. Ketels, met uitzondering van die, waarbij de in artikel 10, lid 1, onder dbedoelde grens niet wordt overschreden, moeten zijn voorzien van:
1e. een veiligheidsklep of een veiligheidsbuis, indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 2 m² of in de ketel geen dampontwikkeling plaats vindt; in andere gevallen van tenminste twee veiligheidskleppen of een veiligheidsbuis;
2e. een manometer;
3e. een peilglas, tenzij de inrichting van de stoomketel overeenkomt met die, omschreven in de artikelen 46, lid 1, 47 of 49, dan wel in artikel 48, voor zover ook daarbij geen peilglas is vereist;
4e. een plaat, waarop duidelijk en duurzaam staat vermeld: 1°. de hoogste druk in elk afzonderlijk gedeelte, waarbij het toestel geen gevaar oplevert;
2°. de uitgestrektheid van het verwarmd oppervlak;
3°. de grootte van de inhoud in liters van elk afzonderlijk gedeelte van het toestel, voor zover de werkdruk van het betreffende gedeelte hoger is dan 0,5 bar;
4°. een aanduiding van de soort damp of vloeistof, andere dan stoom of water, welke zich in het toestel bevindt.
1°. de hoogste druk in elk afzonderlijk gedeelte, waarbij het toestel geen gevaar oplevert;
2°. de uitgestrektheid van het verwarmd oppervlak;
3°. de grootte van de inhoud in liters van elk afzonderlijk gedeelte van het toestel, voor zover de werkdruk van het betreffende gedeelte hoger is dan 0,5 bar;
4°. een aanduiding van de soort damp of vloeistof, andere dan stoom of water, welke zich in het toestel bevindt.
2. De klepopening van de in het voorgaande lid bedoelde veiligheidskleppen mag - behoudens in het geval, bedoeld in de tweede volzin van artikel 57, lid 1- geen kleinere middellijn hebben dan 10 mm indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 0,2 m², dan 25 mm indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 1 m² doch groter dan 0,2 m², en dan 50 mm in andere gevallen.
3. De in het eerste lid bedoelde veiligheidsbuizen mogen geen kleinere inwendige middellijn hebben dan 25 mm, indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 2 m², en dan 50 mm in andere gevallen. Zij moeten zijn gevuld met dezelfde soort vloeistof als die in de ketel aanwezig en vorstvrij zijn opgesteld.
1e. een veiligheidsklep of een veiligheidsbuis, indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 2 m² of in de ketel geen dampontwikkeling plaats vindt; in andere gevallen van tenminste twee veiligheidskleppen of een veiligheidsbuis;
2e. een manometer;
3e. een peilglas, tenzij de inrichting van de stoomketel overeenkomt met die, omschreven in de artikelen 46, lid 1, 47 of 49, dan wel in artikel 48, voor zover ook daarbij geen peilglas is vereist;
4e. een plaat, waarop duidelijk en duurzaam staat vermeld: 1°. de hoogste druk in elk afzonderlijk gedeelte, waarbij het toestel geen gevaar oplevert;
2°. de uitgestrektheid van het verwarmd oppervlak;
3°. de grootte van de inhoud in liters van elk afzonderlijk gedeelte van het toestel, voor zover de werkdruk van het betreffende gedeelte hoger is dan 0,5 bar;
4°. een aanduiding van de soort damp of vloeistof, andere dan stoom of water, welke zich in het toestel bevindt.
1°. de hoogste druk in elk afzonderlijk gedeelte, waarbij het toestel geen gevaar oplevert;
2°. de uitgestrektheid van het verwarmd oppervlak;
3°. de grootte van de inhoud in liters van elk afzonderlijk gedeelte van het toestel, voor zover de werkdruk van het betreffende gedeelte hoger is dan 0,5 bar;
4°. een aanduiding van de soort damp of vloeistof, andere dan stoom of water, welke zich in het toestel bevindt.
2. De klepopening van de in het voorgaande lid bedoelde veiligheidskleppen mag - behoudens in het geval, bedoeld in de tweede volzin van artikel 57, lid 1- geen kleinere middellijn hebben dan 10 mm indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 0,2 m², dan 25 mm indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 1 m² doch groter dan 0,2 m², en dan 50 mm in andere gevallen.
3. De in het eerste lid bedoelde veiligheidsbuizen mogen geen kleinere inwendige middellijn hebben dan 25 mm, indien het verwarmd oppervlak niet groter is dan 2 m², en dan 50 mm in andere gevallen. Zij moeten zijn gevuld met dezelfde soort vloeistof als die in de ketel aanwezig en vorstvrij zijn opgesteld.