BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 25
Stoombesluit
1. Een stoomtoestel of damptoestel, voor het het in werking brengen waarvan vergunning is vereist, moet, behoudens het bepaalde in het vierde lid, zijn voorzien van een rechthoekige stempelplaat door middel van tapbouten met verzonken kop op een zodanige plaats aan de wand bevestigd, dat van de op de plaat vermelde gegevens te allen tijde gemakkelijk kennis kan worden genomen.
De plaat moet van messing of brons zijn vervaardigd, de tapbouten van roodkoper. Om de kop van de tapbouten moet de plaat een vlak gedeelte van tenminste 5 mm breedte bezitten.
2. Indien de inhoud van een stoomtoestel of damptoestel groter is dan 600 liter, moet de stempelplaat een hoogte van 80 mm en een breedte van 140 mm bezitten en de bevestiging door middel van vier in de hoeken aangebrachte tapbouten geschieden.
3. Op de stempelplaat moet, voor zover de daartoe strekkende gegevens bekend zijn, duidelijk en duurzaam zijn vermeld:
1e. de naam van de vervaardiger van het toestel en de plaats, waar diens fabriek is gelegen;
2e. het jaar, waarin het toestel is vervaardigd;
3e. het getal, aangevende de hoogste druk, waarvoor het Districtshoofd het toestel geschikt acht;
4e. het fabrieksnummer;
5e. een door het Districtshoofd opgegeven registernummer.
De onder 2e, 3e en 4e bedoelde gegevens moeten op eenzelfde hoogte en in de aangegeven volgorde zijn geplaatst met dien verstande, dat - indien het toestel uit afzonderlijke gedeelten bestaat - eerst de druk voor het gedeelte dat warmte afstaat, en daaronder de druk voor het gedeelte dat warmte opneemt, wordt vermeld.
Het registernummer wordt onder het getal of de getallen, aangevende de onder 3e bedoelde druk, geplaatst.
4. Bij stoomtoestellen en damptoestellen met een inhoud van ten hoogste 10 liter en bij pijpleidingen behoeven de gegevens, in het voorgaande lid bedoeld onder 1e, 2e en 4e, niet te worden vermeld. De overige gegevens moeten op een door het Districtshoofd aan te wijzen onderdeel zijn vermeld, terwijl op de overige losse onderdelen het registernummer moet voorkomen. Deze gegevens mogen in de wand van het toestel zijn ingeslagen, indien deze van een hiertoe geschikt materiaal is vervaardigd.
De plaat moet van messing of brons zijn vervaardigd, de tapbouten van roodkoper. Om de kop van de tapbouten moet de plaat een vlak gedeelte van tenminste 5 mm breedte bezitten.
2. Indien de inhoud van een stoomtoestel of damptoestel groter is dan 600 liter, moet de stempelplaat een hoogte van 80 mm en een breedte van 140 mm bezitten en de bevestiging door middel van vier in de hoeken aangebrachte tapbouten geschieden.
3. Op de stempelplaat moet, voor zover de daartoe strekkende gegevens bekend zijn, duidelijk en duurzaam zijn vermeld:
1e. de naam van de vervaardiger van het toestel en de plaats, waar diens fabriek is gelegen;
2e. het jaar, waarin het toestel is vervaardigd;
3e. het getal, aangevende de hoogste druk, waarvoor het Districtshoofd het toestel geschikt acht;
4e. het fabrieksnummer;
5e. een door het Districtshoofd opgegeven registernummer.
De onder 2e, 3e en 4e bedoelde gegevens moeten op eenzelfde hoogte en in de aangegeven volgorde zijn geplaatst met dien verstande, dat - indien het toestel uit afzonderlijke gedeelten bestaat - eerst de druk voor het gedeelte dat warmte afstaat, en daaronder de druk voor het gedeelte dat warmte opneemt, wordt vermeld.
Het registernummer wordt onder het getal of de getallen, aangevende de onder 3e bedoelde druk, geplaatst.
4. Bij stoomtoestellen en damptoestellen met een inhoud van ten hoogste 10 liter en bij pijpleidingen behoeven de gegevens, in het voorgaande lid bedoeld onder 1e, 2e en 4e, niet te worden vermeld. De overige gegevens moeten op een door het Districtshoofd aan te wijzen onderdeel zijn vermeld, terwijl op de overige losse onderdelen het registernummer moet voorkomen. Deze gegevens mogen in de wand van het toestel zijn ingeslagen, indien deze van een hiertoe geschikt materiaal is vervaardigd.