BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 12
Stoombesluit
1. Vergunning tot het in werking brengen van een stoomtoestel of damptoestel kan door de ingevolge artikel 11, lid 1, der Stoomwetaangewezen ambtenaar eerst worden verleend, nadat is gebleken, dat het gebruik onder de gewenste werkdruk en bij de gewenste bedrijfstemperatuur toelaatbaar is te achten op grond van de uitkomsten van:
1e. de beoordeling van het gebezigde materiaal;
2e. de beoordeling van de constructie van het toestel;
3e. het onderzoek van de toestand, waarin de samenstellende delen en hun verbindingen zich bevinden;
4e. de beproeving onder persdruk, met dien verstande dat voor vaten, pijpleidingen zijnde, de beproeving onder persdruk achterwege kan blijven, indien het Hoofd van de Dienst daartoe termen aanwezig acht;
5e. het nader onderzoek, zijnde het onderzoek met betrekking tot de opstelling, de inrichting en de uitrusting van het toestel.
2. Indien de hoedanigheid van het gebezigde materiaal niet voldoende en overtuigend blijkt uit de overgelegde opgaven, is de ingevolge artikel 11, lid 1, der Stoomwetaangewezen ambtenaar bevoegd verdere proefnemingen voor te schrijven.
3. Voor de beoordeling van de constructie van het stoomtoestel of damptoestel zijn duidelijke en volledige constructietekeningen nodig, uitgevoerd op een daarop aangegeven schaal en vermeldende de hoofdafmetingen en de afmetingen van de samenstellende delen en van de verbindingen.
4. Het stoomtoestel of damptoestel moet bij het onderzoek of de beproeving in een daarvoor geschikte toestand zijn gebracht en zodanig toegankelijk zijn, als de betrokken ambtenaar van de Dienst noodzakelijk acht.
5. Het Districtshoofd gaat niet over tot de beproeving van het stoomtoestel of damptoestel, wanneer de beoordeling van het gebezigde materiaal, of de constructie dan wel het onderzoek van de samenstellende delen of hun verbindingen hem daartoe aanleiding geeft.
6. De beproeving geschiedt door middel van waterpersing. Is het gebruik van water tot dit doel naar het oordeel van het Hoofd van de Dienst bezwaarlijk, dan kan hij toestaan, dat een andere vloeistof of een gas wordt gebezigd. Hij bepaalt in dat geval welke persdruk moet worden uitgeoefend en welke bijzondere maatregelen in acht moeten worden genomen.
1e. de beoordeling van het gebezigde materiaal;
2e. de beoordeling van de constructie van het toestel;
3e. het onderzoek van de toestand, waarin de samenstellende delen en hun verbindingen zich bevinden;
4e. de beproeving onder persdruk, met dien verstande dat voor vaten, pijpleidingen zijnde, de beproeving onder persdruk achterwege kan blijven, indien het Hoofd van de Dienst daartoe termen aanwezig acht;
5e. het nader onderzoek, zijnde het onderzoek met betrekking tot de opstelling, de inrichting en de uitrusting van het toestel.
2. Indien de hoedanigheid van het gebezigde materiaal niet voldoende en overtuigend blijkt uit de overgelegde opgaven, is de ingevolge artikel 11, lid 1, der Stoomwetaangewezen ambtenaar bevoegd verdere proefnemingen voor te schrijven.
3. Voor de beoordeling van de constructie van het stoomtoestel of damptoestel zijn duidelijke en volledige constructietekeningen nodig, uitgevoerd op een daarop aangegeven schaal en vermeldende de hoofdafmetingen en de afmetingen van de samenstellende delen en van de verbindingen.
4. Het stoomtoestel of damptoestel moet bij het onderzoek of de beproeving in een daarvoor geschikte toestand zijn gebracht en zodanig toegankelijk zijn, als de betrokken ambtenaar van de Dienst noodzakelijk acht.
5. Het Districtshoofd gaat niet over tot de beproeving van het stoomtoestel of damptoestel, wanneer de beoordeling van het gebezigde materiaal, of de constructie dan wel het onderzoek van de samenstellende delen of hun verbindingen hem daartoe aanleiding geeft.
6. De beproeving geschiedt door middel van waterpersing. Is het gebruik van water tot dit doel naar het oordeel van het Hoofd van de Dienst bezwaarlijk, dan kan hij toestaan, dat een andere vloeistof of een gas wordt gebezigd. Hij bepaalt in dat geval welke persdruk moet worden uitgeoefend en welke bijzondere maatregelen in acht moeten worden genomen.