BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 14
Stoombesluit
1. De beproeving onder persdruk duurt zo lang als nodig is, om de verschillende delen van het stoomtoestel of damptoestel behoorlijk te kunnen onderzoeken.
2. Bij de beproeving van een stoomtoestel of damptoestel moet dit zijn voorzien van een aansluiting met een flens van 40 mm middellijn en 5 mm dikte, of van een andere aansluiting, welke het Districtshoofd in verband met de persdruk nodig acht.
3. Ten bewijze van een bevredigende uitkomst van een eerste onderzoek en beproeving van een stoomtoestel of damptoestel wordt door de betrokken ambtenaar van de Dienst op de stempelplaat, bedoeld in artikel 25, lid 1, ter plaatse van elke tapbout een stempelafdruk ingeslagen van een door het Hoofd van de Dienst vastgesteld model, welke afdruk ten dele de kop van de tapbout en ten dele het omringende voorvlak van de stempelplaat moet beslaan.
Tevens wordt door hem een zodanige stempelafdruk ter weerszijden van het in artikel 26, lid 1, bedoelde registernummer ingeslagen.
Bij stoomtoestellen en damptoestellen, welke overeenkomstig het bepaalde in artikel 25, lid 4, niet zijn voorzien van een stempelplaat, wordt de stempelafdruk ingeslagen ter weerszijden van elk ingeslagen registernummer, ook in het geval, dat de beproeving achterwege is gebleven op grond van artikel 12 lid 1 onder 4.
2. Bij de beproeving van een stoomtoestel of damptoestel moet dit zijn voorzien van een aansluiting met een flens van 40 mm middellijn en 5 mm dikte, of van een andere aansluiting, welke het Districtshoofd in verband met de persdruk nodig acht.
3. Ten bewijze van een bevredigende uitkomst van een eerste onderzoek en beproeving van een stoomtoestel of damptoestel wordt door de betrokken ambtenaar van de Dienst op de stempelplaat, bedoeld in artikel 25, lid 1, ter plaatse van elke tapbout een stempelafdruk ingeslagen van een door het Hoofd van de Dienst vastgesteld model, welke afdruk ten dele de kop van de tapbout en ten dele het omringende voorvlak van de stempelplaat moet beslaan.
Tevens wordt door hem een zodanige stempelafdruk ter weerszijden van het in artikel 26, lid 1, bedoelde registernummer ingeslagen.
Bij stoomtoestellen en damptoestellen, welke overeenkomstig het bepaalde in artikel 25, lid 4, niet zijn voorzien van een stempelplaat, wordt de stempelafdruk ingeslagen ter weerszijden van elk ingeslagen registernummer, ook in het geval, dat de beproeving achterwege is gebleven op grond van artikel 12 lid 1 onder 4.