BWBR0002123
Geldig vanaf 1954-01-01
Artikel 35
Stoombesluit
1. Het toestel, dat vloeistofgebrek in een ketel kenbaar moet maken, moet zodanig zijn ingericht, dat het een geluidsignaal voortbrengt, wanneer het vloeistofpeil is gedaald tot op een afstand van ten hoogste 50 mm beneden het toegestane laagste vloeistofpeil. Is het toestel met de waterruimte van de stoomketel verbonden door een pijp, dan moet deze pijp op gemakkelijke wijze kunnen worden verwijderd en een inwendige middellijn van tenminste 25 mm hebben.
Bij ketels met een verwarmd oppervlak van ten hoogste 10 m², welke worden verhit door middel van electrische stroom, dan wel met behulp van een gas- of oliebrander, behoeft het in de eerste volzin bedoelde toestel geen geluidsignaal voort te brengen, indien het zodanig is ingericht, dat de ketel niet verder kan worden verhit, wanneer het vloeistofpeil is gedaald tot op een afstand van ten hoogste 50 mm beneden het toegestane laagste vloeistofpeil.
2. Een smeltbare prop moet in de vatting zodanig zijn opgenomen, dat bij het smelten een opening van tenminste 10 mm en ten hoogste 20 mm middellijn geheel vrij komt. De prop moet deze opening tot de bovenzijde vullen.
Bij ketels met een verwarmd oppervlak van ten hoogste 10 m², welke worden verhit door middel van electrische stroom, dan wel met behulp van een gas- of oliebrander, behoeft het in de eerste volzin bedoelde toestel geen geluidsignaal voort te brengen, indien het zodanig is ingericht, dat de ketel niet verder kan worden verhit, wanneer het vloeistofpeil is gedaald tot op een afstand van ten hoogste 50 mm beneden het toegestane laagste vloeistofpeil.
2. Een smeltbare prop moet in de vatting zodanig zijn opgenomen, dat bij het smelten een opening van tenminste 10 mm en ten hoogste 20 mm middellijn geheel vrij komt. De prop moet deze opening tot de bovenzijde vullen.