BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:121a
Wet op het financieel toezicht
1. Een premiepensioeninstelling die een vergunning heeft als bedoeld in artikel 2:54g, eerste liden voornemens is vanuit een in een andere staat gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten een pensioenregeling uit te voeren die niet wordt beheerst door de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving, zoals bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Pensioenwet</a>en <a href="/wet/BWBR0018831/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling</a>, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd.
2. De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
3. De Nederlandsche Bank besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag van instemming.
2. De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
3. De Nederlandsche Bank besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag van instemming.