BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:73
Wet op het financieel toezicht
1. De personen, bedoeld in artikel 1:72, eerste lid, beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:18</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:19 van de Algemene wet bestuursrecht</a>.
2. Voorzover de door de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 1:72aangewezen personen voor het uitoefenen van het gedragstoezicht ten aanzien van financiële ondernemingen waaraan de Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend, gegevens nodig hebben over aspecten van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, onderdeel a of b, maken deze personen geen gebruik van hun bevoegdheden op grond van de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:15</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:16</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:17 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, dan nadat de Nederlandsche Bank is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de Nederlandsche Bank niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.
3. Voorzover de door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:72aangewezen personen voor het uitoefenen van het prudentieel toezicht ten aanzien van financiële ondernemingen waaraan de Autoriteit Financiële Markten een vergunning heeft verleend, gegevens nodig hebben over aspecten van de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 4:14, tweede lid, onderdeel a of b, maken de door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:72aangewezen personen geen gebruik van hun bevoegdheden op grond van de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:15</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:16</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:17 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, dan nadat de Autoriteit Financiële Markten is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de Autoriteit Financiële Markten niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.
4. Van het tweede en derde lid kan, na overleg met de andere toezichthouder, worden afgeweken indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding van het bij of krachtens deze wet gestelde en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Voorzover de door de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 1:72aangewezen personen voor het uitoefenen van het gedragstoezicht ten aanzien van financiële ondernemingen waaraan de Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend, gegevens nodig hebben over aspecten van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, onderdeel a of b, maken deze personen geen gebruik van hun bevoegdheden op grond van de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:15</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:16</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:17 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, dan nadat de Nederlandsche Bank is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de Nederlandsche Bank niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.
3. Voorzover de door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:72aangewezen personen voor het uitoefenen van het prudentieel toezicht ten aanzien van financiële ondernemingen waaraan de Autoriteit Financiële Markten een vergunning heeft verleend, gegevens nodig hebben over aspecten van de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 4:14, tweede lid, onderdeel a of b, maken de door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:72aangewezen personen geen gebruik van hun bevoegdheden op grond van de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:15</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:16</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:17 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, dan nadat de Autoriteit Financiële Markten is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de Autoriteit Financiële Markten niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.
4. Van het tweede en derde lid kan, na overleg met de andere toezichthouder, worden afgeweken indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding van het bij of krachtens deze wet gestelde en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.