BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 2:3i
Wet op het financieel toezicht
1. De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bewaarder indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;
b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
c. artikel 4:11, eerste en derde lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
e. artikel 4:14, eerste en tweede lid, onderdelen a en b, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
f. artikel 4:62na met betrekking tot het minimaal aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt; en
g. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen.
2. De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
a. artikel 4:9, eerste lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;
b. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
c. artikel 4:11, eerste en derde lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening;
d. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;
e. artikel 4:14, eerste en tweede lid, onderdelen a en b, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;
f. artikel 4:62na met betrekking tot het minimaal aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt; en
g. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen.
2. De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.